Het was een mooi herfstdag toen ik begon aan etappe twaalf van het Brabants Vennenpad begon. Etappe 12 is de laatste etappe van het Brabants Vennepad, je komt weer uit op het beginput. De lucht was fris, je zag een klein zonnetje achter de wolken en de geur van de herfst hing nog in de lucht. Al snel liet ik het dorp Hilvarenbeek achter me en liep ik het beekdal in van het Spruitenstroompje, een klein kronkelend water dat zich tussen graslanden en houtwallen een weg baant door het Brabantse landschap.
Wandelen langs het Spruitenstroompje
Het Spruitenstroompje is zo’n beek die zich niet laat haasten. De stroomsnelheid is laag, minder dan een halve meter per seconde. Hier zie je hoe het water zich nog vrij mag bewegen, traag en eigenzinnig. Het pad volgt haar bochten door De Gooren, een gebied dat eeuwen geleden werd ontgonnen toen boeren de beekdalbossen kapten om een grasland te maken voor hun vee. De kavels waren lang en smal, met heggen en houtwallen als natuurlijke grenzen. Tussen die houtwallen liep ik met het gevoel alsof ik een paar eeuwen terug in de tijd stapte. Veel van wat elders in Brabant verloren ging, bleef hier behouden. In 2019 werd de oude structuur van bomen hersteld: singels van els, fladderiep, linde en zoete kers werden opnieuw aangeplant. Door de doodlopende weggetjes met elkaar te verbinden, is hier een landschap ontstaan dat niet alleen leeft, maar ook vertelt.
De Gooren en de Hakvoortsche Weitjes
In het dal van het Spruitenstroompje liggen de Hakvoortsche Weitjes, waar de hooilandpercelen nog steeds goed zichtbaar zijn. Ze liggen nog altijd loodrecht op de beek, precies zoals vroeger. Hier zie je het werk van generaties boeren die het water beheersten zonder het te dwingen. Tussen de houtkanten zingt de wind zacht door het gras en langs het water glinstert de zon als een belofte van rust.
Vanuit De Gooren wandelde ik verder, langs kleine bospercelen waar koeien in de verte graasden. Bij restaurant De Eksterhoeve was het stil, de deuren waren op dat moment gesloten, alleen het geluid van vogels en het ruisen van bomen was er te horen.
Langs het Wilhelminakanaal en de Kerkeindse Heide
Bij de Biestsestraat bereikte ik het Wilhelminakanaal. Precies op het moment dat ik er overstak, ging de brug open. Een boot met graafmachines voer langzaam voorbij. Het was een mooi contrast tussen oud en nieuw, tussen beekherstel en industrieel watergebruik. Aan de overkant lag het terrein van Beekse Bergen. Daarna ging het pad rechtdoor langs het kanaal, waarna je daarna over de Kerkeindse Heide ging. Hier sprong een groene kikker vlak voor mijn voeten weg, alsof hij me even wilde groeten. De natuur had haar eigen humor vandaag.
Naar Heukelom en de Duurzaamheidsvallei
Na het kruisen van de A58 met zijn vrachtwagens en parkeerplaats dook ik weer het bos in. De overgang van asfalt naar zandpad voelde als een verademing. In de Duurzaamheidsvallei liep ik tussen hekken aan beide zijdes, een jong bos dat zich langzaam ontwikkelt. Over de Hoevenseweg kwam ik bij het Heukelommetje, een charmant pad met een hangbrug over het water. Hier hing de herfst in de lucht: nat hout, afgevallen blad, stilte met een vleugje melancholie. Langs de Laag Heukelomseweg stond Café Mie Pieters, maar ook dat was gesloten op het moment dat ik er langs liep.
De laatste kilometers naar Oisterwijk
De route voerde verder richting het Schaapsven, waar de spiegeling van het water bijna perfect was. Aan de rand van het bos stonden paddenstoelen: een grote stinkzwam, honingzwammen en de oranje gloed van een valse hanenkam. Het was alsof de natuur nog één keer wilde laten zien dat ze de herfst omarmt.
Vlak bij Oisterwijk passeerde ik de kapel Onze Lieve Vrouw van de Vrede, ook wel de Ave Maria Kapel genoemd. Een kleine plek van devotie en stilte, omringd door bomen. Even later liep ik langs de Reusel en het Rietven en kwam ik bij het geografische middelpunt van Brabant bij de Oude Hondsberg. De grondwatermeter stond laag, een teken van de droge maanden die eraan voorafgingen.
De laatste meters gingen vanzelf. Het einde was bereikt toen ik bij Groot Speijck aankwam, het bezoekerscentrum bij de Oisterwijkse Bossen en Vennen. Ik herkende het direct van een jaar geleden. Het Vennenpad was het afgelopen jaar een mooi avontuur door de winter, lente, zomer en nu eindigden in de herfst.
Conclusie
Etappe twaalf was een reis door tijd en landschap. Van oude beemden en traag stromende beken tot modern waterbeheer en jonge bossen. Het voelde alsof Brabant hier ademt in zijn eigen tempo. De stilte, de geur van natte aarde en het geritsel van bladeren maakten deze dag tot een herinnering om te bewaren.
In de serie van het Brabants Vennenpad gebruik ik de etappeverdeling van Wandelnet. Zie de overzichtspagina: Brabants Vennenpad voor de andere wandelingen uit deze serie