Daaibooi is een bekend strand aan de westkant van Curaçao, gelegen in een beschutte baai met helder water. Het is populair bij zowel toeristen als locals, wat zorgt voor een levendige sfeer. Het strand heeft een mix van zand en koraal en is voorzien van palapa’s, ligstoelen en een restaurant.
Oorspronkelijk was Daaibooi een plek waar vissers hun boten aanlegden, wat nog steeds bijdraagt aan de informele sfeer. Tegenwoordig is het een drukbezochte plek, vooral in het weekend en toegankelijk zonder entreeprijs. Het maakt het tot een makkelijke en aantrekkelijke optie voor een dagje strand, al kan het in het hoogseizoen levendig zijn.
In de omgeving van Daaibooi spotte ik ook een maisparkiet en de indrukwekkende Noordelijke kuifcaracara (Caracara plancus cheriway), wat een extra natuuraspect toevoegde aan het bezoek.
Playa Porto Mari is een van de bekendere stranden van Curaçao, vooral geliefd vanwege het helderblauwe water en de voorzieningen. Het strand ligt in een baai die vroeger van groot belang was voor de scheepvaart en handel. De naam “Porto Mari” verwijst naar de natuurlijke havenfunctie die het gebied had.
Tegenwoordig is Porto Mari een commercieel strand met ligbedjes, palapa’s, eetgelegenheden en muziek, wat zorgt voor een levendige sfeer. Het kan er druk zijn en een deel van het strand was zelfs afgezet met linten waar gegraven wordt. Toegang tot het strand is betaald.
Een opvallend detail: over het strand lopen vaak kleine varkentjes rond. Ze scharrelen nieuwsgierig rond tussen de bezoekers, wat een speels en uniek element toevoegt aan de ervaring. Het maakt Porto Mari extra bijzonder, ook al is het strand commercieel ingericht.
Voor wie gemak zoekt, met voorzieningen binnen handbereik, is Porto Mari een goede keuze. Maar wie rust en puur natuur wil ervaren, kan beter uitwijken naar minder commerciële stranden op Curaçao.
Vlak bij de luchthaven van Curaçao liggen de Hato Grotten, een bijzondere plek waar natuur en geschiedenis samenkomen. Terwijl buiten de zon fel brandt, stap je binnen in een koele, mysterieuze wereld vol verhalen.
Ik bezocht de grotten op een warme middag en het contrast tussen het droge landschap en de vochtige grot is meteen voelbaar. Binnen zie je indrukwekkende stalactieten en stalagmieten, gevormd door duizenden jaren druppelend water. De gids vertelde enthousiast over de Arawak-indianen die hier eeuwen geleden rotstekeningen achterlieten en over de gevluchte slaven die deze grotten gebruikten als schuilplaats.
Tussen de rotsen wonen ook vleermuizen, die stil aan het plafond hangen. Ze storen niemand, maar voegen wel iets mysterieus toe aan de sfeer — alsof je echt even teruggaat in de tijd.
Na de rondleiding liep ik nog de Indian Trail, een korte wandelroute buiten de grot. Daar vind je cactussen, rotsformaties en uitzicht over het droge, ruige landschap. Een mooi contrast met de vochtige stilte binnen.
De Hato Grotten zijn niet alleen een natuurwonder, maar ook een stukje levend erfgoed — een plek waar je voelt hoe diep de geschiedenis van Curaçao geworteld is in de rotsen zelf.
Er zijn van die momenten waarop je denkt: “Dit wordt een avontuur.” Voor mij begon dat moment toen onze gids, vijf minuten voor vertrek, het terrein van Rock Climbing Curaçao opwandelde… op Crocs. Geen stoere bergschoenen, geen stevige wandelsandalen, maar die herkenbare rubberen klompen waar je eerder een barbecue mee zou aansteken dan een berg mee zou beklimmen. We verzamelden bij de Rock Climbing Curacao (RCC)-shop, vlak bij de ingang van Santa Barbara. De zon brandde nog fel, maar er hing al dat gouden licht in de lucht dat de belofte van een prachtige zonsondergang in zich draagt. Iedereen kreeg een hoofdlampje en het advies om voldoende water mee te nemen. “Het wordt 10 kilometer, drie tot drieënhalf uur,” zei de gids met een glimlach. “Maar geen stress — ik doe dit zelfs op Crocs.” Dat laatste bleek geen grap te zijn.
De klim omhoog
De eerste meters van de route gingen nog soepel, met een breed pad en vriendelijke begroeiing. Maar al snel begon het terrein te veranderen: rotsachtig, steil en bezaaid met losse stenen. De tropische warmte maakte het extra pittig. Tussendoor hielden we drie korte drinkpauzes — waarbij iedereen even stil werd van de prachtige omgeving.
De zonsondergang op de top
Net op tijd bereikten we de top van de Tafelberg, precies zoals beloofd — vlak voor de zon onderging. Bij het Proa-uitkijkpunt ontvouwde zich een panoramisch spektakel: een zee van oranje, roze en paars boven de zoutpannen en de Caribische kust. Iedereen werd er even stil van. Je hoort alleen het zachte ritselen van de wind door de struiken en het klikken van een paar telefooncamera’s.
De afdaling in het donker
Zodra de zon onder ging, moesten de hoofdlampjes aan. De terugweg volgde een ander pad, smaller en avontuurlijker. Het voelde een beetje alsof we in een nachtelijke expeditie waren beland. De lucht koelde langzaam af en ergens in de verte klonk een uil. Onze gids liep nog steeds voorop, Crocs en al, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En eerlijk is eerlijk: hij gleed geen moment uit. Misschien zat er iets magisch in die schoenen.
Praktische tips
De Sunset Hike op de Tafelberg start om 16:30 uur. Je vertrekt vanaf de Rock Climbing Curacao (RCC)-shop bij de Santa Barbara-ingang, waar je een hoofdlamp krijgt — die heb je later echt nodig, want het wordt pikdonker op de terugweg. Trek stevige schoenen aan en neem minstens 1,5 liter water mee. Een kleine snack onderweg doet ook wonderen, zeker bij de laatste klim. De hike kost ongeveer 30 dollar per persoon, inclusief toegang en begeleiding.
Conclusie
De Sunset Hike op de Tafelberg is geen eenvoudige wandeling, maar wel een mooie ervaring. Het uitzicht bij zonsondergang is prachtig en de afdaling in het donker geeft het geheel een vleugje avontuur. En mocht je gids ooit op Crocs verschijnen? Neem het als een goed voorteken.
Wie op Curaçao rondloopt, hoeft nooit lang te zoeken naar leven. Overal schieten hagedissen weg tussen de stenen en soms ligt er zomaar een grote leguaan in de zon te luieren. Deze reptielen zijn de stille bewoners van het eiland – snel, schuw, maar altijd aanwezig.
De Curaçaose renhagedis (Cnemidophorus murinus) is de bekendste soort. Ze rennen bliksemsnel over het pad, met hun glanzende schubben en lange zweepstaart – vandaar ook de naam zweepstaarthagedis voor een kleinere variant. In de ochtendzon kun je ze soms betrappen terwijl ze zich opwarmen op een warme steen.
Heel anders is de groene leguaan (Iguana iguana): traag, groot en bijna koninklijk. Je ziet ze vaak hoog in bomen of op muurtjes, onbeweeglijk en onverstoorbaar. Ze lijken het eilandtempo perfect te begrijpen – rustig, zonder haast.
Af en toe duikt ook de ridderanolis (Anolis equestris) op, met zijn opvallende keelwam waarmee hij pronkt en de franjeteenhagedis (Acanthodactylus erythrurus), een slanke, snelle soort die zich goed aanpast aan het droge klimaat.
Of je nu wandelt door het Christoffelpark of langs een strandpad loopt, er is altijd wel een hagedis die even opkijkt, alsof hij wil zeggen: “Welkom op ons eiland.”