Wie op Curaçao rondloopt, hoeft nooit lang te zoeken naar leven. Overal schieten hagedissen weg tussen de stenen en soms ligt er zomaar een grote leguaan in de zon te luieren. Deze reptielen zijn de stille bewoners van het eiland – snel, schuw, maar altijd aanwezig.
De Curaçaose renhagedis (Cnemidophorus murinus) is de bekendste soort. Ze rennen bliksemsnel over het pad, met hun glanzende schubben en lange zweepstaart – vandaar ook de naam zweepstaarthagedis voor een kleinere variant. In de ochtendzon kun je ze soms betrappen terwijl ze zich opwarmen op een warme steen.
Heel anders is de groene leguaan (Iguana iguana): traag, groot en bijna koninklijk. Je ziet ze vaak hoog in bomen of op muurtjes, onbeweeglijk en onverstoorbaar. Ze lijken het eilandtempo perfect te begrijpen – rustig, zonder haast.
Af en toe duikt ook de ridderanolis (Anolis equestris) op, met zijn opvallende keelwam waarmee hij pronkt en de franjeteenhagedis (Acanthodactylus erythrurus), een slanke, snelle soort die zich goed aanpast aan het droge klimaat.
Of je nu wandelt door het Christoffelpark of langs een strandpad loopt, er is altijd wel een hagedis die even opkijkt, alsof hij wil zeggen: “Welkom op ons eiland.”