Jotunheimen, ook wel het “land van de reuzen” genoemd, is een van de bekendste berggebieden van Noorwegen. Het gebied staat bekend om zijn ruige bergtoppen, diepe valleien, gletsjers en heldere bergmeren. Tijdens deze trektocht wandel ik door het hart van Jotunheimen, langs oude bergpaden en indrukwekkende landschappen waar de natuur nog altijd de hoofdrol speelt.
De busreis
Tijdens de busreis met de NW150 op 8 juli begint de dag niet met wandelen, maar met een klein moment van verwarring. De stoelnummers in de bus blijken niet helemaal logisch en ik moet even puzzelen om mijn gereserveerde plek te vinden. Uiteindelijk valt het allemaal mee en zit ik gewoon op de juiste stoel.
Voor me zitten twee oudere Nederlandse dames die ondertussen overal een mening over hebben. De stoelnummers, de bus en de chauffeur: niets ontsnapt aan hun aandacht en alles wordt uitgebreid besproken. Het is zo’n typisch moment dat je onderweg weleens meemaakt. Je bent diep in Noorwegen, maar ineens hoor je vertrouwd Nederlands geklets alsof je gewoon weer in een Nederlandse streekbus zit.
M/B Bitihorn
Vanaf Bygdin gaat het per veer verder, met de M/B Bitihorn, naar de Eidsbugarden brygge. Het is koud op het water, de wind trekt goed door, maar het uitzicht maakt veel goed. Tijdens de overtocht zie je de bergen langs je heen schuiven, de hellingen die recht uit het water lijken op te rijzen. Onderweg vertelt de kapitein iets over een aantal specifieke bergen – in het Noors, uiteraard, dus wat hij precies vertelde blijft gissen. Maar het enthousiasme in zijn stem was duidelijk genoeg: dit zijn bergen met een verhaal, ook al versta ik geen woord van wat dat verhaal is.
Achteraf duik ik nog wat in de geschiedenis van het schip en dat maakt de tocht meteen een stuk bijzonderder. De Bitihorn is gebouwd in 1912 en maakte op 17 juli van dat jaar haar eerste vaart gebouwd bij de Glommens Mekaniske Verksted in het Noorse Fredrikstad, als bouwnummer 19. Sindsdien vaart ze elke zomer op het Bygdinvannet, met slechts één onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijk werd ze aangedreven door een dieselmotor van 40 pk, inmiddels is dat een motor van 330 pk, de vierde motor die het schip in haar bestaan heeft gehad. Ook de romp is in de loop der jaren aangepast: van 55 voet werd ze in 1977 verlengd naar 65 voet. Met plek voor 98 passagiers en een bemanning van een kapitein en een dekknecht voert ze mensen al ruim honderd jaar over het meer.
Het meer zelf ligt op zo’n 1060 meter hoogte, wat de route tot een van de hoogst gelegen bootverbindingen van Noord-Europa maakt. Vanaf het dek zijn tijdens de oversteek meer dan tien pieken van boven de 2000 meter te zien, waaronder de zuidelijkste tweeduizender van heel Noorwegen. Met een beetje geluk spot je zelfs rendieren langs de oevers, soms in kuddes van honderden dieren tegelijk. Geen wonder dat de kapitein, toen hij over “zijn” bergen vertelde, zo makkelijk aan het praten raakte – ook al verstond ik er zelf geen woord van.
Pas later na de hele wandeltrip, tijdens het ontbijt, raak ik aan de praat met de kapitein. Hij vertelt dat hij tijdelijk in het hotel verblijft tijdens het vaarseizoen, van eind juli tot september. Daarna verandert het landschap langzaam richting de herfst en ligt de boot weer stil voor de winterperiode. Hij heeft in zijn leven heel wat meer water gezien dan alleen het Bygdinmeer. Zo voer hij ooit langs de volledige Noorse kust, van noord naar zuid, met een bijzondere boekenboot. Daarmee bracht hij boeken naar afgelegen dorpen, zodat ook kinderen die ver van een bibliotheek woonden konden lezen en nieuwe verhalen konden ontdekken. Natuurlijk heeft hij in al die jaren ook bijzondere passagiers ontmoet. Met een glimlach vertelt hij over een Duitse vrouw die speciaal naar Noord-Noorwegen was gereisd om de middernachtzon te zien. Toen de zon uiteindelijk boven de horizon bleef hangen, keek ze teleurgesteld op en zei dat het toch gewoon dezelfde zon was. Een mooi voorbeeld van hoe verwachtingen en werkelijkheid soms ver uit elkaar kunnen liggen.
Eidsbugarden / Fondsbu
Zo meert de veerboot aan bij Eidsbugarden, klaar voor het vervolg van de tocht. Vervolgens wandel ik nog een uurtje voordat ik de tent op zet.
Conclusie
De eerste etappe door Jotunheimen begint rustig, maar zet meteen de toon voor de rest van de tocht. De combinatie van bus, boot en een korte wandeling naar de eerste kampeerplek maakt de reis naar Eidsbugarden al een avontuur op zich. Vooral de overtocht met de historische M/B Bitihorn laat zien dat in Noorwegen niet alleen de bergen, maar ook de verhalen van de mensen en plekken onderweg onderdeel zijn van de ervaring. Met de eerste uitzichten op de ruige bergwereld van Jotunheimen en de tent klaar voor de nacht is de echte trektocht nog maar net begonnen.