Net over de Duitse grens bij Groenlo ligt het Zwillbrocker Venn, een bijzonder natuurgebied met moerassen, heide en kleine meren. Wij liepen de rondwandeling door het gebied en genoten vooral van de rust en het afwisselende landschap.
De wandeling voert langs het veen en verschillende uitkijkpunten. Het Zwillbrocker Venn staat bovendien bekend om de flamingo’s die hier in het wild leven. Vooral in het voorjaar en de zomer heb je kans om ze te zien.
De rondwandeling is niet bijzonder zwaar en is daardoor een leuke optie voor een ontspannen wandeling vlak over de Nederlandse grens. Verwacht geen spectaculaire hoogteverschillen, maar juist veel natuur, vogels en een verrassend stukje Duitsland.
Oslo is zo’n stad die je gemakkelijk onderschat. Op het eerste gezicht lijkt de Noorse hoofdstad vooral een rustige Scandinavische stad, maar wie er een paar dagen rondloopt ontdekt al snel dat er verrassend veel te zien is. Historische gebouwen, moderne architectuur, groene parken, een vesting aan het water en natuurlijk de fjord. Ik bracht drie dagen door in Oslo en ontdekte de stad grotendeels te voet. In deze blog neem ik je mee langs de plekken die ik onderweg tegenkwam. Van Karl Johans gate en het Koninklijk Paleis tot Akershus Festning, Aker Brygge en de moderne wijk Bjørvika.
Dag 1: het klassieke Oslo
Een goede plek om Oslo te beginnen is Karl Johans gate, de bekendste straat van de stad. De straat loopt vanaf het centraal station richting het Koninklijk Paleis en vormt eigenlijk de ruggengraat van het centrum. Onderweg kom je verschillende bekende gebouwen en pleinen tegen. Het Noorse parlement (Stortinget) ligt direct aan Karl Johans gate. Ook het historische gebouw van de juridische faculteit van de Universiteit van Oslo ligt in deze omgeving.
Het Koninklijk Paleis
Aan het einde van Karl Johans gate ligt het Det kongelige slott, het Koninklijk Paleis van Noorwegen. Het paleis ligt aan de rand van een groot park en voelt daardoor verrassend ruim aan midden in de stad. Het is een mooie plek om even rond te lopen. Vooral de combinatie van het paleis, de tuinen en de omliggende straten maakt dit een van de prettigste plekken in het centrum. Vanaf hier kun je vervolgens weer richting het centrum lopen. Onderweg kom je onder andere langs kleinere straten, pleinen en verschillende winkels.
Aker Brygge
Vanaf het centrum loop je richting het water en kom je uit bij Aker Brygge. Hier verandert het karakter van Oslo behoorlijk. De historische binnenstad maakt plaats voor moderne gebouwen, restaurants, terrassen en de haven. Vanaf de kade heb je uitzicht over de Oslofjord en vertrekken verschillende veerboten. Zeker bij mooi weer is dit een fijne plek om even te blijven hangen.
Akershus Festning
Direct naast Aker Brygge ligt een van mijn favoriete plekken van Oslo: Akershus Festning. De middeleeuwse vesting ligt strategisch boven de haven en heeft een lange geschiedenis. Je kunt door het terrein wandelen en verschillende delen van de vesting bekijken. Vanaf de muren krijg je bovendien een mooi uitzicht over de haven en de Oslofjord. Het is daarmee niet alleen interessant vanwege de geschiedenis, maar ook gewoon een goede plek om foto’s te maken. In het complex vind je onder andere het Forsvarsmuseet, het Noorse defensiemuseum. Buiten staat onder andere militair materieel opgesteld.
Dag 2: musea, architectuur en Bjørvika
De tweede dag kun je gebruiken om een ander gezicht van Oslo te ontdekken. Rond het centraal station en Bjørvika vind je veel moderne architectuur. Een opvallend gebouw is de Deichman Bjørvika, de moderne bibliotheek van Oslo. De wijk rond de bibliotheek heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Bjørvika is een interessant contrast met de oude gebouwen van het centrum. Moderne architectuur staat hier direct naast het water en oude delen van Oslo.
Operahuset
Een van de bekendste gebouwen van Oslo is het Operahuset. Het witte gebouw loopt schuin af richting het water. Je kunt daardoor letterlijk over het dak lopen. Vanaf boven heb je uitzicht over Bjørvika, de haven en de skyline van Oslo. Het gebouw is vooral rond zonsondergang mooi. Als je maar weinig tijd hebt in Oslo, zou ik deze plek zeker niet overslaan.
Historisch museum
Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Noorwegen ligt het Historisk museum in het centrum. Het museum geeft een beeld van de Noorse geschiedenis en cultuur. Ook als je niet uitgebreid musea wilt bezoeken, is de locatie handig te combineren met een wandeling door het centrum.
Oslo domkirke
Terug richting het centrum kom je bij de Oslo domkirke. De kathedraal ligt vlak bij Karl Johans gate en het centraal station. De omgeving rond de kerk is bovendien leuk om gewoon doorheen te wandelen. Vanaf hier kun je via onder andere Rådhusgata en kleinere straten weer richting het water lopen.
Dag 3: Tøyen en het groene Oslo
Oslo staat niet alleen bekend om zijn gebouwen en musea. De stad heeft opvallend veel groen. Een goede plek om dat te ontdekken is Tøyen. Hier ligt de Botanische Tuin van de Universiteit van Oslo. De tuin is groot genoeg om rustig een tijdje rond te wandelen en voelt als een groene oase binnen de stad. Na Tøyen kun je richting het centrum wandelen via onder andere Vaterlandsparken en Schweigaards gate. Onderweg krijg je een heel ander beeld van Oslo dan tijdens de klassieke route langs Karl Johans gate. Dat vond ik juist een van de leuke dingen aan Oslo: je hoeft niet voortdurend van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid. Gewoon wandelen door verschillende wijken is al onderdeel van de ervaring.
Nog een rondje door het centrum
Tijdens mijn wandelingen door Oslo kwam ik regelmatig opnieuw uit bij Karl Johans gate. Dat is niet zo vreemd: veel belangrijke plekken liggen relatief dicht bij elkaar. Ook plekken als Youngstorget, Akersgata en Grubbegata geven een ander beeld van de stad. Hier zie je onder andere overheidsgebouwen, politieke kantoren en moderne nieuwbouw. Op Youngstorget zit onder andere de Noorse Arbeiderpartiet. In de omliggende straten zie je bovendien verschillende verwijzingen naar de politieke geschiedenis van Noorwegen.
Oslo als wandelstad
Een van de grootste voordelen van Oslo is dat veel bezienswaardigheden op loopafstand van elkaar liggen. In drie dagen kun je daardoor behoorlijk veel van de stad zien zonder dat je voortdurend het openbaar vervoer nodig hebt. Mijn route liep onder andere langs:
Karl Johans gate
Het Noorse parlement
Het Koninklijk Paleis
Aker Brygge
Akershus Festning
Operahuset
Bjørvika
Oslo domkirke
Historisch museum
Tøyen en de Botanische Tuin
Vaterlandsparken
Youngstorget
Onderweg kom je bovendien vanzelf langs plekken die je niet vooraf op je lijstje had staan. Een straat, plein, gebouw of uitzicht kan zomaar een leuke tussenstop worden.
De zonsondergang
Een van de laatste beelden die ik van Oslo meenam was een zonsondergang vanuit het vliegtuig. Oslo is misschien niet de stad waar je meteen aan denkt voor een klassieke stedentrip. Maar juist de combinatie van stad, geschiedenis, moderne architectuur en natuur maakt de stad interessant. Drie dagen blijken dan ook een prima hoeveelheid tijd om kennis te maken met Oslo. Je kunt de belangrijkste plekken zien, veel wandelen en ondertussen genoeg ruimte overhouden om gewoon ergens een koffie te drinken of aan het water te zitten. Dus: is drie dagen Oslo genoeg? Ik zelf vind van wel, ik denk dat je het belangrijkste wel gezien hebt.
Na de vorige etappes streek ik voor één nacht neer bij Bygdin Høyfjellshotell, met aan het meer een korte wandeling. Een prima hotel, al moet ik zeggen dat het er behoorlijk lawaaierig was, niet bepaald de stille bergstilte waar je na een dag lopen op hoopt, maar goed, een bed is een bed en een douche is een douche. In de avond stond de zon strak aan een wolkenloze hemel, en dat leek me een prima excuus om deze route te lopen, maar eerst de Dinosaur Ridge te doen: een wandeling die rechtstreeks vanaf het hotel vertrekt en volgens de folder “perfect voor gezinnen met kinderen” is. Nu ben ik geen gezin met kinderen, maar een korte, makkelijke wandeling met uitzicht klinkt me nooit vreemd in de oren.
Langs het meer, richting de rug
De route begint bij het hek naast het rode huisje voor het hotel, en volgt daarna de zuidkant van het Bygdinmeer. Onderweg kom je langs een oude waterput die vroeger gewoon de watervoorziening van het hotel was, een van die details die je wandeling net iets meer geschiedenis geven dan je zou verwachten van een rondje van drieënhalve kilometer. Ergens waar het pad naar het westen draait, doemt de Dinosaur Ridge op: een kartelige rug die inderdaad wel iets van een dinosaurusrug heeft, met het hoogste punt op 1110 meter. Op papier klinkt het als een duidelijk aangegeven pad. In de praktijk was dat een ander verhaal, een echt pad was er eigenlijk niet, en ik heb een tijdje wat lopen zoeken voordat ik de juiste route naar boven had. Niet vervelend, gewoon een kwestie van goed om je heen kijken en de rug zelf als leidraad gebruiken. Het maakte de wandeling wel net wat avontuurlijker dan de classificatie “makkelijk” doet vermoeden. Ik ben op de hele tocht niemand tegengekomen, geen andere wandelaars, geen gezinnen met kinderen ondanks de belofte van de folder.
Uitzicht vanaf de top
Boven aangekomen was het uitzicht de moeite waard: een mooi zicht over het hotel en een deel van het meer, met dank aan de heldere lucht die de hele dag aanhield. Geen wolk te bekennen, dus alles lag er scherp en helder bij. Na de top volgt de route het meer weer terug naar het hotel. Onderweg passeer je een paar plekken die duidelijk zijn ingericht voor kampvuurtjes, ideaal om worstjes te grillen, zo wordt beloofd, en een strandje waar je zou kunnen zwemmen als je daar zin in hebt. Ik heb het bij deze gelegenheid gehouden bij kijken in plaats van zwemmen, maar de optie is er zeker voor wie na een warme dag wel trek heeft in een verkoelende duik.
Praktisch
Voor wie deze wandeling overweegt: goede wandelschoenen en wind- en waterdichte kleding zijn geen overbodige luxe. Het weer in dit gebied kan snel omslaan, ook al begon mijn dag zo zonnig en strak als je maar kunt wensen. De route zelf is ongeveer 3,5 km lang en kost, afhankelijk van tempo en hoe lang je boven blijft hangen, tussen de twee en vijf uur. Ik zelf was in een uur weer terug.
Na acht etappes door het hart van Jotunheimen was dit de laatste dag: van het kampeerplekje aan het Russvatnet naar Gjendesheim, het eindpunt van de tocht. De route voert vanaf het meer over hooggelegen terrein langs het meer Bessvatnet, om vervolgens af te dalen naar Gjendesheim. Dat laatste stuk naar beneden gaat vrij steil, over een pad dat deels met stenen platen is uitgebouwd om erosie tegen te gaan. Aan het einde heb je nog een mooi uitzicht over het Gjende-meer, dat dan al diep beneden je ligt.
Onderweg
Ergens op het pad kwam ik twee Noorse vrouwen tegen. We raakten aan de praat en ze maakten een foto van mij. Van de gelegenheid gebruik gemaakt om te vragen hoe je al die plaatsnamen die ik de afgelopen week had zien voorbijkomen eigenlijk uitspreekt. Jotunheimen, Glitterheim, Hestlægerhøe, het rolt er bij een Noor toch net iets anders uit dan bij mij.
Verderop trof ik een Deense familie die met een schoen en een telefoon in de weer was, druk pogend om een groepsfoto te maken met een zelfontspanner die het duidelijk niet mee wilde werken. Aangeboden om de foto te maken, en zo kregen ze allemaal eindelijk eens gelijktijdig in beeld te staan. Gjendesheim kwam dichterbij, en met elke stap werd duidelijk dat dit niet zomaar een dagje wandelen was, maar het slot van een tocht die acht dagen eerder in Fondsbu begon.
Terugblik op de trail
Acht dagen, acht etappes, door het hart van Jotunheimen:
Van de boottocht over het Bygdin-meer op dag één tot dit laatste stuk langs het Gjende-meer: een tocht door wisselend terrein, langs gletsjers, over passen en door dalen, met Glittertind en omgeving als stille getuigen. Onderweg genoeg mensen gesproken om te weten dat je op deze paden nooit echt alleen bent, en genoeg stilte gehad om te beseffen waarom je hier juist wél op pad wilde. Jotunheimen 2026 zit erop.
Na de nacht bij Vestre Hestlægerhøe gaat de route vandaag geleidelijk naar beneden, richting het meer Russvatnet. Het meer ligt op zo’n 1175 meter hoogte en is een van die plekken in Jotunheimen waar je zonder moeite een tentplek vindt: langs de noordelijke oever liggen genoeg vlakke stukken gras tussen de rotsen, en verderop, waar het pad de oever weer verlaat en klimt, houdt het min of meer op. Vandaag was het duidelijk een populaire dag om daar te zijn, ik kwam onderweg verschillende mensen tegen die al aan het kamperen waren, tentjes verspreid langs het water.
Onderweg
Niet iedereen had er evenveel plezier in, moet ik zeggen. Bij een van de tenten waren twee vrouwen driftig met elkaar in discussie. Wát er precies gezegd werd, ontging me volledig, ik verstond ze niet, maar de toon liet weinig te raden over.
Verderop trof ik een Zweeds stel uit Göteborg, op hun tweede dag onderweg, met een zwarte hond die zich duidelijk prima thuis voelde in het terrein. We raakten aan de praat en zij hadden nog een paar tips voor de omgeving verderop, dat soort korte, nuttige uitwisselingen die je op dit soort routes vaker krijgt dan je zou verwachten. Iedereen loopt hetzelfde pad, maar iedereen heeft net een ander stukje ervan al gezien.
Bij een grindstrandje langs het meer trof ik een Noors gezelschap, twee dames en een heer, die net uit het water kwamen. Ze waren gaan zwemmen en waren het er unaniem over eens: fris. Nou ja, “fris” is een understatement voor gletsjerwater op 1175 meter hoogte, maar goed.
Ik kon het natuurlijk niet laten om het zelf ook te proberen. Koud is nog zacht uitgedrukt, het soort kou waarbij je ademhaling even stokt en je jezelf meteen afvraagt waarom je dit ook alweer leuk vindt. Maar daarna, op de rotsen in de zon liggend om op te warmen, was het helemaal het waard. Dát moment, nat en rillend maar met de zon op je huid maakt het helemaal goed.
Conclusie
Verder was het een rustige dag: 7,4 kilometer in 4 uur, een tempo dat meer zegt over hoe vaak ik ben blijven hangen om te kijken, te zwemmen en te kletsen dan over de zwaarte van het terrein. Het pad zelf is hier goed begaanbaar, zonder noemenswaardige technische stukken, precies het soort etappe waarop je de tijd neemt in plaats van hem neemt.