Na een paar dagen wandelen door het hart van Jotunheimen begint het landschap langzaam te veranderen, al blijven de rotsen nog steeds een onderdeel van de route. De hoge, open bergwereld rond Leirvassbu maakt plaats voor het brede Visdalen, waar de route zich lange tijd langs de rivier een weg naar beneden zoekt. Het is een etappe van water, rotsen en grote vergezichten.
Groep van 15 bij het meer
Ik vertrek vroeg en sta op een kilometer van de hut. Ruim voordat de rest van de hut in beweging komt. Bij Leirvassbu staat groep 15 al buiten met de rugzakken om, een stel wandelaars dat elkaar onderweg heeft leren kennen en inmiddels onafscheidelijk lijkt. Geen vrienden van mij, maar het is leuk om te zien hoe zij in een paar dagen van willekeurige passanten tot een hecht groepje zijn gepromoveerd. Zo heb ik gevraagd om een foto te maken van mij met Leirvatnet als decor. Toepasselijk, want dat meer is precies waar deze hut om bekend staat: Leirvassbu ligt vlak boven Leirvatnet, en de weerspiegeling van de bergen in het water is een van de bekendste plaatjes van dit deel van Jotunheimen.
Bewolkt, droog, en Noren die naar het voetbal gaan kijken
Het weer houdt zich vandaag rustig: bewolkt maar droog, met de belofte dat er vanaf een uur of twee ’s middags zon door de wolken breekt. Voor morgen wordt het helemaal zonnig, hoor ik van de andere wandelaars. Typisch Jotunheimen-weer eigenlijk, je weet nooit precies wat je krijgt tot je het krijgt.
Onderweg kom ik twee Noorse mannen tegen die de nacht daarvoor in Leirvassbu hebben overnacht, en het duurt niet lang voor het gesprek naar het voetbal gaat. Noorwegen tegen Engeland, morgenavond. Ze zijn allebei serieuze fans en een van hen vertelt honderduit, onder andere over een speler die naast het voetbal ook aan het roeien doet, en dat dat behoorlijk wat lawaai met zich meebrengt. Ik snap niet alles van de details, maar de passie waarmee het verteld wordt is universeel.
Een van de twee, Arild, blijkt met een videocamera op pad te zijn. Hij is een kort documentaireproject aan het maken over zijn trip met zijn vriend, en het is hem opgevallen dat ik graag bloemen fotografeer, al zijn er hier volgens hem niet zo veel te vinden. Hij vraagt of hij ook mij mag interviewen: of ik vaker in Noorwegen ben geweest. Nee, zeg ik, maar wel op andere plekken de rugzak opgepakt. Hij wijst nog naar een piek verderop, vlakbij de hut, waarschijnlijk gaat die er bij mij niet vanaf komen deze trip. Dat zal de Kyrkja zijn, een 2032 meter hoge, kegelvormige top die recht boven Leirvassbu uittorent en al van ver herkenbaar is aan zijn scherpe vorm. De standaardroute naar de top loopt over de zuidrichel, een klassieke klimtocht, geen wandeling die je er zomaar even bij doet.
Het Visdalen in
De route van vandaag voert het Visdalen in, het brede dal dat Leirvassbu verbindt met Spiterstulen. Het is een van de bekendere trajecten van de Jotunheimen-rondtocht, met bergen van ruim tweeduizend meter aan weerszijden van het dal. Onderweg kom ik de gletsjer tegen die aan het einde van de vallei ligt, een indrukwekkend ijsveld dat door zijn omvang meteen opvalt tussen de rotsen. Ik klim over een stuk rotsachtig terrein om er dichterbij te komen, precies het type ondergrond waar Jotunheimen om bekendstaat: hoekige stenen, wat mos en graspollen ertussen, en overal kleine waterstroompjes die tussen de stenen glinsteren.
De rivier oversteken (en oversteken, en nog eens oversteken)
Het grootste deel van de dag loop ik de rivier, de Visa, achterna. Bij een van de doorwaadbare plekken is de rivier verrassend breed, en ik spring van rots naar rots in een poging droge voeten te houden. Dat lukt, met wat balanceerkunst. Verderop volgt nog een oversteek over een zijtak, waar ik twee andere wandelaars tref die duidelijk in tweestrijd staan over de beste route naar de overkant. Ze wikken en wegen, wijzen naar verschillende stenen, en uiteindelijk waag ik het erop voordat zij een besluit hebben genomen.
Het is precies het beeld dat andere wandelaars van deze etappe schetsen: een pad dat eerst vlak langs het water loopt, over weilanden en kleine steenvelden, voordat het zich verder het dal in werkt.
14 kilometer, 8,5 uur
Op papier is dit geen extreme dagtocht, de gangbare tijdsindicaties voor dit traject liggen rond de vier tot vijf uur voor zo’n veertien, vijftien kilometer. Ik doe er 8,5 uur over. Tussen het fotograferen van bloemen (de paar die er wél zijn), het balanceren over rivierstenen, de gletsjer bewonderen en het gesprek met Arild en zijn vriend zit er behoorlijk wat extra tijd in het schema. Geen spijt van, maar mijn conditie krijgt morgen ongetwijfeld de rekening gepresenteerd.
Ik loop de etappe niet helemaal uit tot Spiterstulen zelf. Zo’n vijf kilometer voor de hut sla ik mijn tent op langs de Visa, met het geruis van de rivier als avondgeluid. Geen hutbuffet vanavond, maar wel een eigen plek aan het water, en het vooruitzicht dat ik morgen, na een korte laatste stukken naar Spiterstulen, alsnog hoor hoe het Noorwegen tegen Engeland is vergaan.
Conclusie
Een dag die op papier simpel oogt, een dal in, een gletsjer, een paar rivieren over, maar die door alle ontmoetingen onderweg toch heel anders voelde dan de kilometers doen vermoeden. Groep 15 met hun net gesmede vriendschap, Arild met zijn camera en zijn vragen, meer nog dan de gletsjer of de piek die ik toch maar laat staan.