Vandaag namen we afscheid van Montenegro. Na een laatste ochtend in Ulcinj, met uitzicht over de oude stad en de zee, laadden we de rode Mercedes weer in en reden we zuidwaarts richting de Albanese grens.
De grensovergang bij Sukobin was een stuk rustiger dan we hadden verwacht. Paspoort laten zien, een korte blik in de auto en na een paar minuten reden we Albanië in. Dat voelde meteen als een andere wereld: drukker verkeer, meer kleur langs de weg en overal kleine stalletjes met fruit, honing en raki.
Via Shkodër ging de route verder langs de kust naar Durrës. Het is niet de snelste weg, maar de stops maken het de moeite waard. Onderweg pauzeerden we voor koffie en een stuk burek, en keken we onze ogen uit naar de bergen links en de vlakte rechts. Dat contrast tussen de Montenegrijnse bergen van de afgelopen dagen en het vlakke, brede Albanese landschap is groot.
Het laatste stuk naar Durrës was zoals je van een Albanese havenstad mag verwachten: druk, rommelig en levendig. De huurauto parkeren was even puzzelen, maar het lukte. Daarna maakten we een eerste wandeling langs de boulevard, met een zonsondergang boven de Adriatische Zee. Een mooie afsluiting van een rijdag.
Morgen verkennen we het centrum van Durrës. We zijn benieuwd wat de stad te bieden heeft.






