De stad Parma staat vooral bekend om de Parmezaanse kaas of Parmaham (Prosciutto di Parma). Maar er is meer te zien dan alleen maar eten.
De stad heeft ook een geschiedenis waardoor het een kleine maar bruisende stad is geworden. De inwoners van Parma, zo’n 180.000, zijn ervan overtuigd dat zij in een kleine hoofdstad wonen. Niet in de laatste plaats omdat de stad deze rol in het verleden eens vervulde. In de zestiende eeuw werd het de hoofdstad van het Hertogdom van Parma en Piacenza, onder bewind van de familie Farnese. Met name onder het bewind van de Farneses groeide Parma uit tot een statige stad, met mooie huizen en monumenten, kunstenaars van niveau en schitterende muziek.
Palazzo della Pilotta
Eén van de grootste pleinen van de stad is het Palazzo della Pilotta. Hier is een reusachtig rood-stenen bouwwerk te vinden. Zo is men in 1583 aan de bouw begonnen maar is het bouwwerk nooit afgerond.
Duomo Parma (Cattedrale di Santa Maria Assunta)
Met de bouw van deze kerk is begonnen in de 11de eeuw. Aan de buitenkant is kerk in Romaanse stijl gebouwd en heeft een puntgevel. Deze stijl is typisch voor de kerken in andere Noord-Italiaanse steden. De binnenkant heeft weer meer elementen van de Renaissance met aan het altaar een prachtige gouden kroonluchter.
Tijdens mijn tweedaagse bezoek in Parma waren de ‘I Like Parma’-dagen. Zo was het mogelijk om in verschillende gebouwen rond te kijken. Het conservatorium was vrij te bezoeken net als verschillende musea in de stad.
Parma is een kleine maar mooie stad om te bezoeken. Er is echter wel minder keuze in overnachtingen en in veel musea in de stad zijn bijvoorbeeld de bordjes alleen het Italiaans aangegeven.