Woensdag 12 augustus. De grootste gedeeltelijke zonsverduistering die Nederland sinds 1999 heeft gezien en ik wilde er middenin zitten. Geen dag om thuis achter het bureau te blijven zitten dus richting Bussloo.
Eerst naar de sterrenwacht
Mijn eerste stop was de sterrenwacht. Het plan was simpel: even een eclipsbril scoren en dan een rustig plekje zoeken om de hemel in de gaten te houden. Van rustig kwam weinig terecht. Het was er stampvol, half Nederland had hetzelfde idee. Rijen mensen, kinderen met net gekochte brilletjes op hun neus, iedereen in afwachting van hetzelfde moment. Ik werkte me door de drukte heen en kwam met een lasglaasje op zak. Zo’n simpel donker glas en toch je ticket voor een blik op iets wat pas over decennia weer zo indrukwekkend te zien zal zijn.
Een rustiger plekje met uitzicht
Met al die mensen om me heen leek het me geen slecht idee om een stukje verderop te gaan staan. Ik zocht een plek waar ik de camera rustig kon opstellen, met vrij zicht op de westelijke horizon, want laag aan de hemel zou het schouwspel zich afspelen. Rond kwart over zeven ’s avonds begon het: een klein hapje uit de rand van de zon, bijna onopvallend als je niet wist waarnaar je moest kijken. Maar het ging snel. Via de eclipsbril zag ik de maan langzaam verder over de zonneschijf schuiven, totdat er rond tien over acht nog maar een dun sikkeltje van de zon overbleef, zo’n 88 tot 90 procent bedekt op het hoogtepunt. De zon stond op dat moment laag boven de horizon, wat het extra bijzonder maakte om te fotograferen: die smalle sikkel, half verscholen achter de contouren van het landschap bij Bussloo. Tegen een uur of negen kroop de maan weer weg en kreeg de zon langzaam zijn volle vorm terug, kort voordat hij aan de horizon zelf verdween.
Terugblik
Het was een avond van tegenstellingen: de chaos bij de sterrenwacht tegenover de rust van mijn eigen plekje verderop, het gewone daglicht dat langzaam net iets anders aanvoelde tegenover het spektakel dat zich door een klein donker glaasje aftekende. Bussloo bleek een prima uitvalsbasis, genoeg ruimte, een open horizon en toch net op tijd weg uit de drukte om het moment zelf goed te kunnen beleven. De volgende kans op zoiets spectaculairs vanuit Nederland laat nog decennia op zich wachten. Fijn dus dat we er woensdagavond bij waren, met camera, lasglaasje en een plekje bij Bussloo.
Deze korte wandeling van ongeveer 5 kilometer over de Mookerheide. De route loopt door het bos en over de heide en komt langs verschillende interessante plekken, waaronder de Heumense- en Mookerschans. We liepen deze route op een warme en droge dag. Op de open stukken was het daardoor behoorlijk warm, maar in het bos was het aangenaam koeler. De afwisseling tussen bos en heide maakt de wandeling afwisselend. De route is niet lang en daardoor goed te doen als korte wandeling. Er zijn wel wat hoogteverschillen, vooral richting de schansen. De gele markeringen waren duidelijk, waardoor de route makkelijk te volgen was. Al verschilt deze wel met wat er op visitnijmegen staat.
Mookerschans
Een van de interessante plekken onderweg is de Mookerschans. Dit oude verdedigingswerk stamt waarschijnlijk uit de zeventiende eeuw en ligt op een strategisch hoog punt met uitzicht over het Maasdal. Leuk om te weten is dat de schans niet uit de bekende Slag op de Mookerheide van 1574 komt, zoals je misschien zou verwachten. De schans werd waarschijnlijk later aangelegd als verdedigingswerk of als oefenplek voor militairen. Bij de Mookerschans staat ook een uitkijktoren. Vanaf boven heb je een mooi uitzicht over de Mookerheide en de omgeving. Zeker de moeite waard om hier even naar boven te lopen.
Natuurbegraafplaats Landgoed Mookerheide
Een ander onderdeel van de route is de natuurbegraafplaats Landgoed Mookerheide. De route loopt hier door het bos en langs de begraafplaats. De graven liggen verspreid in het landschap en gaan daardoor rustig op in de omgeving. Dit geeft dit deel van de wandeling een heel andere sfeer dan de open heide en de historische schansen. Al met al een leuke korte wandeling met een mooie combinatie van bos, heide, historie en uitzicht.
Conclusie
Een leuke en afwisselende korte wandeling die vooral geschikt is als je niet de hele dag op pad wilt. De combinatie van bos, heide, historische schansen en het uitzicht vanaf de uitkijktoren maakt de route interessant. Op een warme dag zijn de open stukken wel behoorlijk warm, maar de bosrijke delen zorgen voor de nodige verkoeling.
Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Lindenlaan | foto 1Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Berk | foto 2Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Heumense Schans | foto 3Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Heumense Schans | foto 4Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Zomereik | foto 5Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Mokerschans | foto 6Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Mokerschans | foto 7Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Mokerschans | foto 8Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Tamme kastanje | foto 9Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Natuurbegraafplaats Landgoed Mookerheide | foto 10Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Kassen Mokerheide | foto 11Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Jachtslot Mookerheide | foto 12Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Lindenlaan naarbij Station | foto 13Twee Schansenroute over Landgoed Mookerheide (2026) – Lindenlaan naarbij Station | foto 14
Net over de Duitse grens bij Groenlo ligt het Zwillbrocker Venn, een bijzonder natuurgebied met moerassen, heide en kleine meren. Wij liepen de rondwandeling door het gebied en genoten vooral van de rust en het afwisselende landschap.
De wandeling voert langs het veen en verschillende uitkijkpunten. Het Zwillbrocker Venn staat bovendien bekend om de flamingo’s die hier in het wild leven. Vooral in het voorjaar en de zomer heb je kans om ze te zien.
De rondwandeling is niet bijzonder zwaar en is daardoor een leuke optie voor een ontspannen wandeling vlak over de Nederlandse grens. Verwacht geen spectaculaire hoogteverschillen, maar juist veel natuur, vogels en een verrassend stukje Duitsland.
Oslo is zo’n stad die je gemakkelijk onderschat. Op het eerste gezicht lijkt de Noorse hoofdstad vooral een rustige Scandinavische stad, maar wie er een paar dagen rondloopt ontdekt al snel dat er verrassend veel te zien is. Historische gebouwen, moderne architectuur, groene parken, een vesting aan het water en natuurlijk de fjord. Ik bracht drie dagen door in Oslo en ontdekte de stad grotendeels te voet. In deze blog neem ik je mee langs de plekken die ik onderweg tegenkwam. Van Karl Johans gate en het Koninklijk Paleis tot Akershus Festning, Aker Brygge en de moderne wijk Bjørvika.
Dag 1: het klassieke Oslo
Een goede plek om Oslo te beginnen is Karl Johans gate, de bekendste straat van de stad. De straat loopt vanaf het centraal station richting het Koninklijk Paleis en vormt eigenlijk de ruggengraat van het centrum. Onderweg kom je verschillende bekende gebouwen en pleinen tegen. Het Noorse parlement (Stortinget) ligt direct aan Karl Johans gate. Ook het historische gebouw van de juridische faculteit van de Universiteit van Oslo ligt in deze omgeving.
Het Koninklijk Paleis
Aan het einde van Karl Johans gate ligt het Det kongelige slott, het Koninklijk Paleis van Noorwegen. Het paleis ligt aan de rand van een groot park en voelt daardoor verrassend ruim aan midden in de stad. Het is een mooie plek om even rond te lopen. Vooral de combinatie van het paleis, de tuinen en de omliggende straten maakt dit een van de prettigste plekken in het centrum. Vanaf hier kun je vervolgens weer richting het centrum lopen. Onderweg kom je onder andere langs kleinere straten, pleinen en verschillende winkels.
Aker Brygge
Vanaf het centrum loop je richting het water en kom je uit bij Aker Brygge. Hier verandert het karakter van Oslo behoorlijk. De historische binnenstad maakt plaats voor moderne gebouwen, restaurants, terrassen en de haven. Vanaf de kade heb je uitzicht over de Oslofjord en vertrekken verschillende veerboten. Zeker bij mooi weer is dit een fijne plek om even te blijven hangen.
Akershus Festning
Direct naast Aker Brygge ligt een van mijn favoriete plekken van Oslo: Akershus Festning. De middeleeuwse vesting ligt strategisch boven de haven en heeft een lange geschiedenis. Je kunt door het terrein wandelen en verschillende delen van de vesting bekijken. Vanaf de muren krijg je bovendien een mooi uitzicht over de haven en de Oslofjord. Het is daarmee niet alleen interessant vanwege de geschiedenis, maar ook gewoon een goede plek om foto’s te maken. In het complex vind je onder andere het Forsvarsmuseet, het Noorse defensiemuseum. Buiten staat onder andere militair materieel opgesteld.
Dag 2: musea, architectuur en Bjørvika
De tweede dag kun je gebruiken om een ander gezicht van Oslo te ontdekken. Rond het centraal station en Bjørvika vind je veel moderne architectuur. Een opvallend gebouw is de Deichman Bjørvika, de moderne bibliotheek van Oslo. De wijk rond de bibliotheek heeft de afgelopen jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Bjørvika is een interessant contrast met de oude gebouwen van het centrum. Moderne architectuur staat hier direct naast het water en oude delen van Oslo.
Operahuset
Een van de bekendste gebouwen van Oslo is het Operahuset. Het witte gebouw loopt schuin af richting het water. Je kunt daardoor letterlijk over het dak lopen. Vanaf boven heb je uitzicht over Bjørvika, de haven en de skyline van Oslo. Het gebouw is vooral rond zonsondergang mooi. Als je maar weinig tijd hebt in Oslo, zou ik deze plek zeker niet overslaan.
Historisch museum
Voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van Noorwegen ligt het Historisk museum in het centrum. Het museum geeft een beeld van de Noorse geschiedenis en cultuur. Ook als je niet uitgebreid musea wilt bezoeken, is de locatie handig te combineren met een wandeling door het centrum.
Oslo domkirke
Terug richting het centrum kom je bij de Oslo domkirke. De kathedraal ligt vlak bij Karl Johans gate en het centraal station. De omgeving rond de kerk is bovendien leuk om gewoon doorheen te wandelen. Vanaf hier kun je via onder andere Rådhusgata en kleinere straten weer richting het water lopen.
Dag 3: Tøyen en het groene Oslo
Oslo staat niet alleen bekend om zijn gebouwen en musea. De stad heeft opvallend veel groen. Een goede plek om dat te ontdekken is Tøyen. Hier ligt de Botanische Tuin van de Universiteit van Oslo. De tuin is groot genoeg om rustig een tijdje rond te wandelen en voelt als een groene oase binnen de stad. Na Tøyen kun je richting het centrum wandelen via onder andere Vaterlandsparken en Schweigaards gate. Onderweg krijg je een heel ander beeld van Oslo dan tijdens de klassieke route langs Karl Johans gate. Dat vond ik juist een van de leuke dingen aan Oslo: je hoeft niet voortdurend van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid. Gewoon wandelen door verschillende wijken is al onderdeel van de ervaring.
Nog een rondje door het centrum
Tijdens mijn wandelingen door Oslo kwam ik regelmatig opnieuw uit bij Karl Johans gate. Dat is niet zo vreemd: veel belangrijke plekken liggen relatief dicht bij elkaar. Ook plekken als Youngstorget, Akersgata en Grubbegata geven een ander beeld van de stad. Hier zie je onder andere overheidsgebouwen, politieke kantoren en moderne nieuwbouw. Op Youngstorget zit onder andere de Noorse Arbeiderpartiet. In de omliggende straten zie je bovendien verschillende verwijzingen naar de politieke geschiedenis van Noorwegen.
Oslo als wandelstad
Een van de grootste voordelen van Oslo is dat veel bezienswaardigheden op loopafstand van elkaar liggen. In drie dagen kun je daardoor behoorlijk veel van de stad zien zonder dat je voortdurend het openbaar vervoer nodig hebt. Mijn route liep onder andere langs:
Karl Johans gate
Het Noorse parlement
Het Koninklijk Paleis
Aker Brygge
Akershus Festning
Operahuset
Bjørvika
Oslo domkirke
Historisch museum
Tøyen en de Botanische Tuin
Vaterlandsparken
Youngstorget
Onderweg kom je bovendien vanzelf langs plekken die je niet vooraf op je lijstje had staan. Een straat, plein, gebouw of uitzicht kan zomaar een leuke tussenstop worden.
De zonsondergang
Een van de laatste beelden die ik van Oslo meenam was een zonsondergang vanuit het vliegtuig. Oslo is misschien niet de stad waar je meteen aan denkt voor een klassieke stedentrip. Maar juist de combinatie van stad, geschiedenis, moderne architectuur en natuur maakt de stad interessant. Drie dagen blijken dan ook een prima hoeveelheid tijd om kennis te maken met Oslo. Je kunt de belangrijkste plekken zien, veel wandelen en ondertussen genoeg ruimte overhouden om gewoon ergens een koffie te drinken of aan het water te zitten. Dus: is drie dagen Oslo genoeg? Ik zelf vind van wel, ik denk dat je het belangrijkste wel gezien hebt.
Na de vorige etappes streek ik voor één nacht neer bij Bygdin Høyfjellshotell, met aan het meer een korte wandeling. Een prima hotel, al moet ik zeggen dat het er behoorlijk lawaaierig was, niet bepaald de stille bergstilte waar je na een dag lopen op hoopt, maar goed, een bed is een bed en een douche is een douche. In de avond stond de zon strak aan een wolkenloze hemel, en dat leek me een prima excuus om deze route te lopen, maar eerst de Dinosaur Ridge te doen: een wandeling die rechtstreeks vanaf het hotel vertrekt en volgens de folder “perfect voor gezinnen met kinderen” is. Nu ben ik geen gezin met kinderen, maar een korte, makkelijke wandeling met uitzicht klinkt me nooit vreemd in de oren.
Langs het meer, richting de rug
De route begint bij het hek naast het rode huisje voor het hotel, en volgt daarna de zuidkant van het Bygdinmeer. Onderweg kom je langs een oude waterput die vroeger gewoon de watervoorziening van het hotel was, een van die details die je wandeling net iets meer geschiedenis geven dan je zou verwachten van een rondje van drieënhalve kilometer. Ergens waar het pad naar het westen draait, doemt de Dinosaur Ridge op: een kartelige rug die inderdaad wel iets van een dinosaurusrug heeft, met het hoogste punt op 1110 meter. Op papier klinkt het als een duidelijk aangegeven pad. In de praktijk was dat een ander verhaal, een echt pad was er eigenlijk niet, en ik heb een tijdje wat lopen zoeken voordat ik de juiste route naar boven had. Niet vervelend, gewoon een kwestie van goed om je heen kijken en de rug zelf als leidraad gebruiken. Het maakte de wandeling wel net wat avontuurlijker dan de classificatie “makkelijk” doet vermoeden. Ik ben op de hele tocht niemand tegengekomen, geen andere wandelaars, geen gezinnen met kinderen ondanks de belofte van de folder.
Uitzicht vanaf de top
Boven aangekomen was het uitzicht de moeite waard: een mooi zicht over het hotel en een deel van het meer, met dank aan de heldere lucht die de hele dag aanhield. Geen wolk te bekennen, dus alles lag er scherp en helder bij. Na de top volgt de route het meer weer terug naar het hotel. Onderweg passeer je een paar plekken die duidelijk zijn ingericht voor kampvuurtjes, ideaal om worstjes te grillen, zo wordt beloofd, en een strandje waar je zou kunnen zwemmen als je daar zin in hebt. Ik heb het bij deze gelegenheid gehouden bij kijken in plaats van zwemmen, maar de optie is er zeker voor wie na een warme dag wel trek heeft in een verkoelende duik.
Praktisch
Voor wie deze wandeling overweegt: goede wandelschoenen en wind- en waterdichte kleding zijn geen overbodige luxe. Het weer in dit gebied kan snel omslaan, ook al begon mijn dag zo zonnig en strak als je maar kunt wensen. De route zelf is ongeveer 3,5 km lang en kost, afhankelijk van tempo en hoe lang je boven blijft hangen, tussen de twee en vijf uur. Ik zelf was in een uur weer terug.