In deze wandeling ben ik van het begin waar de Rijn Nederland beginnen komt gewandeld naar Nijmegen gewandeld. Ik ben in Millingen aan de Rijn begonnen dus niet in Lobith wat aan de overkant ligt.
De wandeling begon rustig in Millingen aan de Rijn, langs de kerk en het veerpont aan de Rijn. Even later kwam ik langs een klein kapelletje aan de Rijndijk, met kunst van Hannelies Fleskens. Zij had hier dit weekend een expositie van haar kunstwerken, ze werkt met papiermachee en laat dit tot leven komen met haar creativiteit.
Een groot deel van de wandeling stond in het teken van de lente. Overal langs de dijken en in de uiterwaarden bloeiden bloemen: brede ereprijs, ratelaar, margrieten, klaprozen, korenbloemen en zelfs de rode inkarnaatklaver. Tussen het groen zaten steenhommels, aardhommels en honingbijen druk tussen de bloemen te vliegen, terwijl een vink vanaf een tak alles leek te bekijken.
Via de Millingerwaard liep ik langs oude resten van de steenfabriek en grazende koeien in de uiterwaarden. Verderop dook ook de Japanse duizendknoop weer op, een plant die je tegenwoordig bijna overal lijkt tegen te komen. De Japanse duizendknoop is een intensieve exoot die andere planten wegdrukt.
In Kekerdom stond de Sint-Laurentiuskerk opvallend midden in het landschap. Daarna volgde een lang stuk over de Erlecomsedam en de Ooijse Bandijk, met uitzicht over de Ooijpolder. Onderweg kwam van alles voorbij: een groep motorrijders tijdens een toertocht, een oude Citroën 2CV6, lammetjes in de wei en donkere wolken boven de Waal.
Het laatste deel richting Nijmegen voelde alsof de stad langzaam dichterbij kroop. Eerst de Oude Waal bij de Zwarteweg, daarna het strand aan de Waal en uiteindelijk de Waalbrug die boven alles uitsteekt. Net voor de regen echt doorzette liep ik Nijmegen weer binnen, na een lange, rustige dag wandelen door één van de mooiste rivierlandschappen van Nederland.
Begin mei bracht ik een bezoek aan het prachtige Belmonte Arboretum in Wageningen. Dit arboretum, gelegen op de Wageningse Berg, staat bekend om zijn enorme collectie rododendrons, azalea’s en bijzondere bomen uit allerlei delen van de wereld. Juist in deze periode van het jaar staat het park volop in bloei en kleuren de paden roze, paars, wit en oranje.
Tijdens mijn wandeling nam ik uitgebreid de tijd om foto’s te maken van de bloemen, bomen en het landschap. Het arboretum is niet alleen een fijne plek om rustig te wandelen, maar ook een mooie plek voor fotografie. Overal waar je kijkt staan bijzondere soorten in bloei en tussen het groen door krijg je regelmatig uitzicht over de Nederrijn.
Rododendrons en azalea’s in bloei
Een van de hoogtepunten van mijn bezoek waren zonder twijfel de vele rododendrons en Japanse azalea’s. In mei staan ze volop in bloei en dat zorgt voor een indrukwekkend kleurenpalet.
Ik fotografeerde verschillende rododendrons, waaronder een feloranje variant en meerdere roze exemplaren. Vooral de grote bloemen en de diepe kleuren trokken direct de aandacht. Tussen de rododendrons stonden ook verschillende Japanse azalea’s die het park extra kleurrijk maakten. Daarnaast kwam ik de opvallende Rhododendron luteum tegen. Deze soort valt op door zijn lichtere bloemen en frisse uitstraling tussen het donkere groen.
Bloeiende bomen en struiken
Naast de rododendrons stonden ook veel bomen en struiken prachtig in bloei. Zo fotografeerde ik meerdere soorten meidoorns, waaronder de Crataegus laevigata (Tweestijlige meidoorn) met zijn roze bloesem. Ook de Crataegus x mordenensis en een andere Crataegus-variant trokken mijn aandacht. Een andere opvallende boom was de rode paardenkastanje. De felrode bloemen steken mooi af tegen het groene bladerdek en maken deze boom direct herkenbaar. Ook de Malus hupehensis, een sierappelboom, stond prachtig in bloei. De lichte bloesem gaf een zachte uitstraling aan het geheel. Tussen de verschillende bomen stond ook een indrukwekkende plataan en een bijzondere Oosterse beuk (Fagus orientalis), waarvan de enorme stam en brede kroon direct opvallen.
Bijzondere bloemen in het arboretum
Op verschillende plekken in het park stonden grote groepen Spaanse hyacinten (Hyacinthoides hispanica). De sneeuwbal (Viburnum Pragense) stond mooi in bloei en vormde een mooie aanvulling tussen alle kleurrijke struiken. Een andere bijzondere verschijning was de Japanse roos Camellia japonica ‘Blood of China’. De dieprode bloemen trokken direct de aandacht en vormden een mooi contrast met het frisse voorjaarsgroen.
Uitzicht over de Nederrijn
Belmonte Arboretum ligt hoog op de Wageningse Berg en daardoor heb je op verschillende plekken uitzicht over de Nederrijn. Tijdens mijn wandeling nam ik even de tijd om van het uitzicht te genieten. De combinatie van het bloeiende arboretum en het weidse uitzicht over de rivier maakt deze plek extra bijzonder. Op een heldere lentedag is het een ideale locatie om rustig rond te wandelen en onderweg regelmatig stil te staan voor een foto.
Ook dieren laten zich zien
Tussen alle bloemen en planten kwam ik ook nog een groene kikker tegen. Altijd leuk wanneer je tijdens een wandeling niet alleen planten en bomen ziet, maar ook wat dierenleven tegenkomt.
Conclusie, een aanrader in het voorjaar
Belmonte Arboretum is wat mij betreft absoluut een aanrader in het voorjaar. Zeker begin mei, wanneer de rododendrons, azalea’s en andere voorjaarsbloeiers volop in bloei staan, is het arboretum op zijn mooist. Of je nu houdt van wandelen, fotografie, bloemen of gewoon even wilt ontsnappen aan de drukte: dit is een plek waar je gemakkelijk een paar uur kunt doorbrengen.
Zo begint deze etappe in de vroege ochtend waar ik Vierhouten uit loop. Het is er al best wel druk voor buiten het seizoen. Bij Herberg Tante Sjaan zit het hele terras al vol. Inmiddels ben ik al een heel stuk bezig met het Veluwe Zwerfpad en waardeer elke etappe. Deze route heeft geen behoefte aan spektakel. De kracht zit juist in de rust, de ruimte en de verhalen die onderweg langzaam boven komen drijven.
In de voetsporen van schilders
Niet ver buiten het dorp kom ik langs pension Vierhouten. Begin twintigste eeuw verbleven hier de Haagse schilders Herman van der Weele, Pieter ter Meulen en Willem Steelink. Vrienden, kunstenaars en liefhebbers van het Veluwse landschap. Voor- en najaar trokken ze hierheen om de heide, schaapskuddes en bossen vast te leggen op doek. Terwijl ik verder wandel, snap ik meteen waarom. De route voert eerst langs weilanden en daarna langzaam het bos in. Lange brede paden, omringd door stilte. Het bordje “Stiltegebied” blijkt geen loze waarschuwing. Urenlang kom ik vrijwel niemand tegen. Alleen vogelgeluiden, het zachte geritsel van bomen en mijn eigen voetstappen. Ik probeer me voor te stellen hoe die schilders hier ooit liepen, zoekend naar het perfecte licht of een mooie compositie. Veel lijkt sinds die tijd nauwelijks veranderd.
Grote rookpluim onderweg
Onderweg speelde zich in de verte nog iets opmerkelijks af. Al uren eerder zag ik ergens aan de horizon een enorme rookpluim opstijgen boven de Veluwe, maar pas veel later verscheen er een NL-Alert op mijn telefoon. Er woedde een grote natuurbrand op het militaire oefenterrein bij ’t Harde. Zelfs hier, op afstand van de brand, hing af en toe een lichte brandlucht in de lucht. Het voelde vreemd: terwijl ik door stille bossen en langs heidevelden wandelde, waren brandweerhelikopters elders bezig een uitslaande natuurbrand onder controle te krijgen. Dat contrast maakte deze etappe ergens ook extra bijzonder.
Heide die nog moet ontwaken
De eerste heidevelden verschijnen langs het pad. Midden mei is alleen nog wat vroeg voor de bekende paarse explosie waar de Veluwe zo beroemd om is. Ik buk af en toe even om te kijken of er al iets bloeit. In de verte staan grove dennen, een paar eiken en verspreide berkjes. Het landschap oogt leeg, maar nooit kaal.
Een plek waar geschiedenis blijft hangen
Die stilte krijgt onderweg ineens een andere lading. In deze bossen lag tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot onderduikerskamp verborgen. Bijna honderd mensen zaten hier verstopt: joodse gezinnen, studenten en zelfs Britse piloten. Negen hutten lagen half ondergronds verscholen tussen de bomen. Er was een waterpomp, gekookt werd op butagas omdat open vuur te gevaarlijk was. Ik blijf even staan bij de plek van het voormalige kamp. Het is vreemd hoe snel je verbeelding begint te werken op zo’n plek. Je ziet haast voor je hoe mensen hier fluisterend leefden. Hoe iedere tak die kraakte spanning kon veroorzaken. In 1944 ging het mis. Tijdens een jachtpartij ontdekten twee SS’ers activiteit in het bos. Uiteindelijk werd het kamp omsingeld door zo’n honderd man. De onderduikers waren op tijd gevlucht, maar later werden alsnog negen mensen opgepakt en gefusilleerd, onder wie een jongen van zes jaar oud. Bij de gedenksteen lees ik de namen en de tekst over “tante Cor” en “opa Bakker”, de initiatiefnemers van het kamp. Opa Bakker zelf stierf voor het vuurpeloton. Het zijn van die momenten waarop wandelen even meer wordt dan alleen kilometers maken.
Eindeloze bospaden
Na deze indrukwekkende plek gaat de route verder door de bossen van Kroondomein Het Loo. Mooie bossen, zonder twijfel. Maar eerlijk is eerlijk: na verloop van tijd beginnen de lange rechte paden ook wat eentonig te voelen. Alsof je op een lopende band wandelt die nooit ophoudt. Een klein gehuchtje (Gortel) onderweg brengt gelukkig weer wat leven in de brouwerij.
Vogelhuisjes en een kasteel als slotstuk
Langzaam verandert het landschap. Het strakke bospad gaat over in zandwegen langs maisakkers en weilanden. Er verschijnen huizen aan de rand van het bos. Bij één woning hangen overal creatieve vogelhuisjes in de tuin (Net buiten Vaassen). Zo’n detail dat je wandeling ineens weer karakter geeft. Even verder passeer ik een rustpunt met koffie, thee en ranja. Eigenlijk perfect om nog even neer te ploffen, maar Vaassen ligt inmiddels al bijna binnen handbereik. Dan volgt nog een prachtig slotakkoord.
Kasteel Cannenburch
Tussen de bomen verschijnt ineens Kasteel Cannenburch. Eerst voorzichtig zichtbaar, daarna in volle glorie: de zestiende-eeuwse waterburcht weerspiegelt prachtig in de vijver ervoor. Het pad met scheefstaande knotwilgen richting het kasteel voelt bijna schilderachtig aan.
Conclusie
Etappe 11 bleek uiteindelijk precies wat ik zoek in een wandeling: rust, geschiedenis, natuur en onderweg genoeg kleine details die je bijblijven. Geen spectaculaire bergetappes of dramatische uitzichten, maar juist die typisch Veluwse sfeer die langzaam onder je huid kruipt.
In de serie van het Veluwe Zwerfpad gebruik ik de etappeverdeling van Wandelnet. Zie de overzichtspagina: Veluwe Zwerfpad voor de andere wandelingen uit deze serie
Sommige etappes voelen meteen typisch Veluws aan, en dat had ik bij deze wandeling van Elspeet naar Vierhouten direct. Vanaf de Maatweg liep ik langs boerderijen, zandwegen en bloeiende appelbomen. Vooral dat frisse voorjaarssfeertje bleef hangen: jonge bladeren, bloesem en het rustige boerenland rondom Elspeet. Onderweg viel ook een oude blauwe Ford-tractor op bij een erf. Dat soort details past hier gewoon perfect in het landschap.
Elspeetse Heide
Niet veel later kwam ik op de Elspeetse Heide terecht. Dat open landschap blijft toch bijzonder, zeker met de afwisseling van heide, gras en grove dennen. Er hing veel geluid in de lucht: vogels, wind en verder eigenlijk weinig. Op een tak zag ik nog een boompieper zitten, zo’n moment waardoor ik automatisch even stilsta tijdens het wandelen. Ook de jeneverbessen op de heide vielen op. Ze geven het landschap iets ruigs en oud, alsof ze hier al tientallen jaren staan zonder zich iets van de wereld aan te trekken.
Vierhouten
Richting Vierhouten veranderde de sfeer langzaam weer. Meer beschutting, bloemen langs het pad en uiteindelijk de eerste vakantieparken aan de rand van het dorp. De roze dagkoekoeksbloemen en bloeiende rododendrons gaven het laatste deel van de etappe nog wat extra kleur.
Conclusie
Het was een mooie wandeling over de heide waarbij het landschap afgewisseld waarin heide, bos en boerenland ongemerkt in elkaar overlopen.
In de serie van het Veluwe Zwerfpad gebruik ik de etappeverdeling van Wandelnet. Zie de overzichtspagina: Veluwe Zwerfpad voor de andere wandelingen uit deze serie
Deze etappe begon voor mij met een klein moment dat eigenlijk meteen de toon zette voor de dag. Op een smal stuk pad kwam ik twee fietsers tegen en ik maakte automatisch de aanname dat ze haast zouden hebben, zoals dat vaak gaat op gedeelde paden. Maar ze bleven gewoon rustig staan, maakten ruimte en zeiden dat ze op vakantie waren en nergens heen hoefden. Dat bleef even hangen. Niet omdat het groot of bijzonder was, maar juist omdat het zo anders voelde dan wat ik gewend ben. We raakten kort aan de praat en ze vertelden dat ze uit Goeree-Overflakkee kwamen en een paar dagen door de Veluwe fietsten, vooral omdat ze thuis veel water hebben maar weinig bos. Zo begon de wandeling meteen met een onverwacht vriendelijk gesprek midden in de natuur.
Langs de rand van het landschap
Verderop langs de Jonkheer Doctor C.J. Sandbergweg kreeg de route iets landelijks. Koeien stonden rustig in het veld en gaven het geheel dat typische Veluwse boerenrandje, waar natuur en landbouw dicht bij elkaar liggen. Bij de Poolseweg viel mijn oog op een boerderij of kleine winkel met allerlei spullen. Het had iets ongedwongens, alsof het er niet helemaal gepland stond maar ook niet echt stoorde. Twee Veluwenaren die daar rondliepen waren stil, maar knikten vriendelijk toen ik langskwam. Het soort korte, bijna woordloze ontmoetingen dat je alleen onderweg hebt.
Aortjes Huus en het Klein Vossenmeer
Zo staat er midden in het bos het Aortjes Huus. Het staat op een open plek, midden in het bos. Eenzaam en ver van de bewoonde wereld. Een paar oude eiken- en kastanjebomen rond het huisje lijken het in bescherming te willen nemen. Het is klein, hooguit vier bij tien meter. De muren zijn witgeschilderd, een paar kleine raampjes sieren de zijmuren.
De Liesberg en het open landschap
Van de bossen ga je richting de Liesberg waar het landschap veranderd van bos naar heide. Meer openheid, meer heide en lage begroeiing zoals gaspeldoorn. De wind kreeg hier meer ruimte en je merkt dat je weer boven het landschap uitkomt in plaats van erdoorheen te lopen. Zo staat er op de top van de liesberg een paar bomen alsof ze hier al eeuwen staan om de top te markeren
Aankomst in Elspeet
De laatste kilometers richting Elspeet ging van de heide op in het bos. Het soort einde waarbij je merkt dat je er bijna bent zonder dat er echt een duidelijke overgang is.
Terugreis
Bij de Amersfoortseweg, vlak bij de Koninklijke Juliana Toren, zat ik op de eerste rij in de bus toen het gebeurde. Er waren werkzaamheden en het verkeer liep wat stroperig, waardoor alles net iets langzamer en onvoorspelbaarder ging dan normaal. Voor ons stopte een auto plotseling, maar de buschauffeur merkte dat net te laat op en remde hard. Het volgende moment zag ik hoe de achterruit van de auto eruit lag en er direct spanning ontstond tussen beide bestuurders. Ze zetten de voertuigen aan de kant, maar hadden geen schadeformulier bij zich, wat de situatie even stillegde. Een vriend van de automobilist bracht er na zo’n kwartier alsnog één langs, en weer later kwam een medewerker van EBS om alles officieel vast te leggen. Uiteindelijk werd alles ingevuld en kon de bus ongeveer een uur later weer verder rijden, met alleen materiële schade en zonder gewonden.
Conclusie
Deze etappe viel vooral op door de kleine, onverwachte momenten: een rustig gesprek met twee fietsers, stille ontmoetingen langs de weg en de bijzondere plekken in het bos zoals Aortjes Huus en het Klein Vossenmeer. De overgang van bos naar open heide op de Liesberg gaf de route nog wat extra variatie, waarna alles richting Elspeet weer geleidelijk in het bos verdween. Het is geen etappe van grote hoogtepunten, maar juist van losse indrukken die samen een rustige en afwisselende wandeldag vormen.
In de serie van het Veluwe Zwerfpad gebruik ik de etappeverdeling van Wandelnet. Zie de overzichtspagina: Veluwe Zwerfpad voor de andere wandelingen uit deze serie