Een ontspannen wandeling in de buurt van de grens met Duitsland brengt je naar Hardenberg. Onderweg kom je langs historische plekken en natuurlijke hoogtepunten.
De Arend (windmolen)
Onderweg kom je nog een windmolen tegen. Molen De Arend is een achtkantige rietgedekte stellingkorenmolen en al de tweede molen op deze plek aan de Krimweg in Coevorden. De eerste is afgebrand en met het verzekeringsgeld is een andere molen gekocht. De molen schijnt ergens uit de buurt van Haarlem te komen en was daar een geheel houten molen. De molen is daar rond 1894 afgebroken en verscheept naar Drenthe.
De Poort van Drenthe: Kunst in de Natuur
Aan de rand van Coevorden beland je in een natuurlijk gebied, dat aan beide kanten wordt omsloten door een industrieterrein. Het gebied wordt gemarkeerd met een opvallend kunstwerk dat als een poort naar de natuur fungeert. Het kunstwerk, geplaatst in 2003, markeert niet alleen de grens met Overijssel maar je loopt tijdens het Pieterpad ook doorheen.
Kanaal Almelo-De Haandrik: Waterwegen
Volg het Kanaal Almelo-De Haandrik, een zijtak van het Overijssels Kanaal, naar het noorden. Hier ontmoet je historische sluizen die vroeger schepen naar het Duitse Graafschap Bentheim brachten. Een herinnering aan de tijd waarin waterwegen levensaders waren. Door het hoge water staat zowel het kanaal als de Overijsselse Vecht erg hoog.
Gramsbergen
Halverwege kom je in Gramsbergen, een stadje doordrenkt van geschiedenis. Bewonder oude gebouwen, zoals de voormalige zuivelfabriek en de openbare school uit 1810. Bij de Boomhofkerk staat een monument voor Pieterpad-wandelaars, een eerbetoon aan de veerkracht van dit stadje na verwoestingen in het verleden.
Het Engelandse Bos: Natuurlijk Genieten
Het Engelandse Bos, genoemd naar het buurtschap Engeland, biedt een rustig intermezzo. Het bos, ontstaan uit opgewaaid rivierzand, is ongeveer 65 jaar oud.
Langs de Overijsselse Vecht naar Hardenberg
Terwijl je richting Hardenberg wandelt, voert de route je langs de schilderachtige Overijsselse Vecht. Het laatste stuk omvat een wandeling door de uiterwaarden en een brugoversteek, eindigend bij het theater. Door het hoge water blijf je op de dijk. Vanaf daar is het nog ongeveer een kilometer terug naar het station.
De Vecht bereikte op 27 december een recordhoogte van 13,14 meter boven NAP. Dat is zeven centimeter hoger dan in 1998, het jaar waarin we enorme wateroverlast hadden in ons gebied. Het peil op de Vecht blijft nog geruime tijd hoog.
Conclusie: Een Ontspannen Avontuur
De wandeling van Drenthe naar Hardenberg biedt een mix van landschappen en geschiedenis. Hoewel je veel asfaltwegen en landbouwgebieden tegenkomt, zorgt Gramsbergen voor een fijne afwisseling. Niet per se een ’topper’, maar zeker een charmante route voor liefhebbers van geschiedenis, natuur en het Pieterpad.
Sommige wandelroutes worden de hemel in geprezen, terwijl andere een flinke dosis kritiek te verduren krijgen. Pieterpad Etappe 7, van Sleen naar Coevorden, behoort tot de laatste categorie, maar laten we deze etappe onder de loep nemen. Wat heeft deze wandeling te bieden?
Sleen: Een Beeld uit het Verleden
Bij de start in Sleen, vroeg in de ochtend, lijkt het dorpje te slapen. Met uitzondering van een eenzame fietser is er weinig bedrijvigheid te bespeuren. Sleen is een ansichtkaart uit vervlogen tijden, met een brink omringd door rietgedekte boerderijen, een middeleeuws kerkje en een karakteristiek raadhuis. Het kerkje heeft de hoogste toren van Drenthe, en het voormalige raadhuis uit 1938 toont drie ramskoppen en twee wildemannen in het wapen van Sleen.
Korenmolen De Hoop en ’t Armhoes
Wandelen over asfalt brengt ons uit Sleen, maar niet zonder een glimlach. Hier vinden we korenmolen De Hoop, afkomstig uit Amersfoort en in 1914 herbouwd in Sleen. Ook passeren we ’t Armhoes, dat bekendheid verwierf als filmlocatie voor de tv-serie Bartje in 1972.
Rustige Wegen en Herfstige Bomen
Hoewel asfalt de boventoon voert, blijken de kilometers verrassend aangenaam. We wandelen over rustige, kronkelende wegen, omgeven door lange rijen eiken en beuken die in de herfst een prachtig schouwspel vormen. Het rustgevende geluid van de natuur wordt slechts sporadisch door een passerende fietser onderbroken.
Historische Kanalen en Werkloosheid
Langs de route komen we langs kanalen die deels met de hand zijn gegraven door werklozen in werkverschaffingsprojecten. Denk aan de Jongbloedvaart uit 1925, genoemd naar de burgemeester van Sleen, die tevens de ‘Rijksinspecteur voor de Steunverlening aan werkloze arbeiders in Drenthe’ was. Dit gebied was vroeger bedekt met woeste veenmoerassen, waarvan het veen in de 19e eeuw werd afgegraven voor turf.
Dalerveen
In het dorpje wordt gekeken naar de historie zo heeft er een installatiebedrijf Scholten gezeten die ooit een benzinepomp hadden en Coöperatieve Boerenleenbank Dalerveen. Eerst had de bank geen kantoor en werden de transacties bij iemand aan de keukentafel gedaan. Voordat deze bank bestond werd het anders opgelost. De armere boeren uit het dorp in 19de eeuw hadden onderhandse leningen bij rijkere dorpsbewoners. Als die het plan niet zagen zitten dan gebeurde er ook niks. Aan de overkant zat ooit een bakkerij en buurtsuper. Van alle voorzieningen is alleen een bordje en een herinnering over.
Den Hool: Een Stukje Geschiedenis
Na een inspannende passage onder de drukke N34 en snelweg A37, bereiken we Den Hool, een gehucht met een beschermd dorpsgezicht. Hier staan enkele Saksische boerderijen rond een kleine brink met imposante eiken en paardenkastanjes. Een parel is De Kastanjehoeve, een B&B met een theetuin, hoewel deze tijdens ons bezoek helaas gesloten is.
Joodse Begraafplaats
Verderop wandelen we over rustige asfaltwegen, waar we een unieke Joodse begraafplaats uit de 18e eeuw passeren, ooit bedoeld voor de overledenen van de kleine Joodse gemeenschap van Dalen.
Er hangt een herinnering aan het joodse meisje Suze: Suze werd in 1921 geboren in Dalen in een ‘vrijzinnig’ Joods gezin. Tijdens de razzia’s op 2 oktober 1942 werkte ze als dienstmeisje in Assen. Toen de Duitsers aanbelden, slaagde ze erin om via de achterdeur te ontsnappen. Op haar onderduikadres ontving ze een briefje van haar ouders via via, waarin stond: ‘We zitten in de trein op transport, waar Suze is weten we niet’. Ze passeerde diverse onderduikadressen en belandde uiteindelijk bij de familie Meester in Klazienaveen, waar ze bleef tot het einde van de oorlog. In 1948 trouwde ze met hun zoon Jan. Suze heeft de respectabele leeftijd van 95 jaar bereikt, maar heeft haar familie nooit meer teruggezien.
Conclusie: Rust en Geschiedenis
Pieterpad Etappe 7 mag dan wat kritiek hebben ontvangen, maar het heeft zijn eigen charmes. Sleen betovert met zijn historische uitstraling, rustige wegen onthullen herfstpracht, en historische elementen zoals kanalen en begraafplaatsen dragen bij aan de rijke geschiedenis van het gebied. Deze etappe is misschien niet de mooiste, maar het biedt een rustige en historische verkenning van Drenthe.
Wandelen door het Nederlandse landschap is een manier om even te ontsnappen aan de drukte van het dagelijks leven. De zesde etappe van het beroemde Pieterpad, die loopt van Schoonloo naar Sleen, biedt een verfrissende onderdompeling in de natuur. Verwacht een rustgevende wandeling door het Drentse landschap.
Schoonloo
Het vertrekpunt van deze etappe, het dorpje Schoonloo, straalt een nostalgische rust uit. Het is een typisch voorbeeld van een Nederlands esdorp, maar zoals zoveel andere kleine dorpen in de provincies, lijdt het onder ontvolking en het verdwijnen van voorzieningen. Een es- of brinkdorp is een traditioneel Nederlands dorp waarbij de huizen en boerderijen zich rondom een open groen plein (de “brink”) bevinden. Het enige café in het dorp, eetcafé Hegeman, opent zijn deuren pas later op de ochtend. Schoonloo lijkt in eerste instantie uitgestorven, maar het heeft een eigenaardigheid: de inwoners worden schertsend “Knollen” (paarden) en “Knienen” (konijnen) genoemd, hoewel de oorsprong van deze bijnamen een mysterie blijft.
Werklozenbos: Historie in de Natuur
Het Pieterpad leidt wandelaars naar boswachterij Schoonloo, dat deels is aangelegd door werklozen tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Deze arbeiders verrichtten zwaar werk zonder de hulp van machines. Met de stenen en veldkeien die ze verzamelden, legden ze de keienwegen aan die deze etappe karakteriseren. Hoewel de bossen voornamelijk bestonden uit naaldbomen zoals grove dennen en fijnsparren, heeft Staatsbosbeheer sindsdien eiken, beuken en berken geplant, wat heeft geleid tot gevarieerdere bossen.
Natuurlijke Pracht: Heide en Vennetjes
Het Pieterpad brengt je over lange zandpaden en keienwegen langs de rand van de bossen, met adembenemende uitzichten op verwilderde velden en heidegebieden. Hoewel de heide niet meer in bloei staat in oktober, bieden de verstilde vennetjes, de jeneverbessen en de herfstkleuren van de omliggende bossen nog steeds betoverende herfsttaferelen. Akkers en weilanden met grazende paarden en koeien zorgen voor dat rustieke plattelandsgevoel dat veel stadsbewoners zo koesteren.
Schoonoord
In Schoonoord overnacht ik bij Charles, heeft een “Vrienden op de fiets”-adres. “Vrienden op de fiets” is een netwerk dat fietsers verbindt met gastvrije accommodaties voor overnachtingen en ontmoetingen in Nederland en daarbuiten. In het verleden heeft hij trekkings gedaan door de Himalaya. Hij had hier een reisbureau voor die dit deed. Deze heeft die moeten verkopen maar door omstandigheden heeft die een ander bureau kunnen overnemen en is die weer aan het ondernemen geslagen. Echt tof om met zo’n iemand over een gedeelde passie te kunnen babbelen.
Oranjekanaal: Historisch Perspectief
Tijdens de wandeling steek je het Oranjekanaal over, een prachtige waterweg omgeven door overhangende bomen. Dit kanaal werd in de 19e eeuw aangelegd om veengebieden toegankelijk te maken en om zwerfkeien te verhandelen. Helaas werd de turfwinning geen groot succes en brachten de keien weinig winst op. Toch biedt het kanaal een prachtig uitzicht en biedt het een thuis voor diverse flora en fauna.
Sleenerzand: Een Stukje Toscane in Drenthe
Boswachterij Schoonloo maakt geleidelijk plaats voor boswachterij Sleenerzand, genoemd naar een voormalige zandverstuiving die in 1900 de grootste in Drenthe was. Ook hier hebben werklozen de handen uit de mouwen gestoken om grove dennen te planten. Het gebied wordt gekenmerkt door een mix van heide, vennetjes en jeneverbessen, waardoor het landschap volgens sommigen een “Toscaanse uitstraling” heeft – als je wat fantasie hebt.
D49 Papeloze kerk
De “Papeloze kerk” is een hunebed dat zijn naam dankt aan de verboden protestantse hagepreken die in de 16e eeuw bij dit monument werden gehouden, gelegen in een uitgestrekt heideveld in Ellertsveld. Na een restauratie en reconstructie in 1959, waarbij veel stenen, waaronder de reuzendeksteen, van andere plaatsen in Drenthe moesten worden gehaald, werd het hunebed gedeeltelijk gereconstrueerd om de opbouw ervan aan bezoekers te tonen. Het monument heeft draagstenen met stopstenen ertussen, een steenkrans rond de voet van de heuvel, en een vloer van veldstenen met een laagje granietgruis. Dit hunebed staat iets verscholen en staat niet vanaf de route aangegeven.
Galgenberg: Een Historische Plek
Wanneer je langs de Galgenberg komt, kun je je fantasie de vrije loop laten. Dit is een prehistorische grafheuvel te midden van dichte bossen, waar in het verleden een complete wapenuitrusting uit de 9e eeuw voor Christus is gevonden. In de middeleeuwen werd de heuvel gebruikt om misdadigers op te hangen als afschrikking. Het was destijds een opvallend herkenningspunt in een uitgestrekt heidelandschap en is nu een geliefde plek voor Pieterpad-wandelaars.
Sleen: Een Warm Welkom
Het einde van de etappe brengt je naar Sleen, een charmant dorp met monumentale boerderijen en uitnodigende horecagelegenheden. Ondertussen was ik Ad weer tegen gekomen, een andere Pieterpad wandelaar. We hebben samen een koffietje gedronken in Sleen met een heerlijke appeltaart. Die koffie en taart waren erg goed. Als je de bus wilt nemen, is de halte ongeveer vijf minuten lopen vanaf hier, en als je de bus mist, moet je een uur wachten. Dat doe ik niet, ik heb een “Vrienden op de fiets”-adres waar ik overnacht.
Conclusie
De zesde etappe van het Pieterpad van Schoonloo naar Sleen mag dan wel niet uitblinken in overvloedige voorzieningen of luxe, maar dat is precies de charme ervan. Deze wandeling biedt een ongecompliceerd genot van de natuur, met historische sporen en rustige dorpjes. Een ideale gelegenheid om even weg te stappen uit de hectiek van alledag en te genieten van het eenvoudige plezier van wandelen in de Nederlandse natuur.
Bij het startpunt van onze wandeling buiten Rolde valt ons gelijk op dat we ons midden in ‘hunebedland’ bevinden. We worden begroet door twee imposante hunebedden, D17 en D18. Het grootste hunebed ter wereld, D27, bevindt zich vlakbij in Borger, dat ook wel de hunebedhoofdstad van Nederland wordt genoemd. Het is fascinerend om te beseffen dat deze hunebedden ouder zijn dan de piramides en Stonehenge, een feit dat nog steeds bewondering wekt tot in Egypte en Engeland.
Buurtschap Anderen
In het buurtschap overnacht bij een “Vrienden op de fiets” adres. “Vrienden op de fiets” is een netwerk dat fietsers verbindt met gastvrije accommodaties voor overnachtingen en ontmoetingen in Nederland en daarbuiten. Het gastgezin woont hier nu zo’n 25 jaar. Zo had dit buurtschap bijzondere gebruiken, die maar al te graag door de toenmalige buurvrouw als vanzelfsprekend werden uitgelegd. Zo heet hij bijvoorbeeld de “Lange van Jacob” omdat hij bij de lokale benzinepomp had gewerkt. Deze mensen hadden speciaal voor mij een extra kamer geschikt gemaakt. Dus er was ook een andere Pieterpad wandelaar. Ad die had in de autoindustrie gewerkt en had pensioen. Nu ging hij het Pieterpad lopen.
Historie van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij
Onze wandeling voert ons vandaag over een pad, dat ooit het traject van een oude spoorlijn volgde. Het oude spoorlijntje tussen Gasselternijveen en Assen werd ooit aangelegd door de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij en opende op 15 juni 1905. Helaas staakte de NS het personenvervoer al in 1947 wegens een tekort aan treinen. Plannen om er een museumspoorlijn van te maken liepen vast in de jaren zeventig. In 1977 werd de spoorlijn uiteindelijk opgebroken. Af en toe zien we nog verroeste rails, die als herinnering aan het verleden zijn achtergelaten.
Verdwalen in het Beekdal van de Andersche Diep
Na het genieten van het voormalige spoorlijntraject, betreden we het beekdal van het Andersche Diep, dat deel uitmaakt van de Drentsche Aa. Dit uitgestrekte, weelderig groene landschap brengt ons terug in de tijd, naar hoe grote delen van Drenthe er honderdvijftig jaar geleden uitzagen. We steken de Andersche Diep tweemaal over en verbazen ons over hoe dit kleine beekje zo’n uitgestrekt beekdal heeft kunnen vormen.
Begrazing ter bevordering van natuurbehoud Het Andersche Diep
Het Andersche Diep beekdal beslaat een oppervlakte van ongeveer 275 hectare en wordt gekenmerkt door een aanzienlijke natuurlijke waarde. Om deze waarde te behouden, is doordacht beheer door middel van begrazing van essentieel belang. Zonder dergelijk beheer zou het gebied neigen naar wildgroei. In 1992 werd het hele gebied verpacht aan de familie Ubels door Staatsbosbeheer. De familie heeft hier een modern veebedrijf opgezet met zoogkoeien. De kalveren worden in de zomer geboren in het natuurgebied en in de winter worden ze op stal gehouden. Gedurende de zomer grazen ze samen met de moederkoeien in een kudde in het natuurgebied. De term ‘zoogkoeien’ verwijst naar het vermogen van de kalveren om gedurende een lange periode melk van hun moeder te drinken. Het betreft voornamelijk Charolais runderen, een robuust Frans ras dat is geselecteerd vanwege de geschiktheid voor natuurlijke begrazing, de goede vleeskwaliteit en het rustige karakter. In de winter worden de ongeveer 600 stuks vee van de familie Ubels ondergebracht in diervriendelijke potstallen.
Dotterbloemgrasland met prachtige soorten in Het Andersche Diep
Het meest typerende vegetatietype in het Andersche Diep beekdal is het ‘Dotterbloemgrasland’. De kwaliteit van het kwelwater in de wortelzone van de planten is van groot belang voor dit vegetatietype. In het Andersche Diep komt zuiver kwelwater omhoog vanuit de ondergrond tot aan het maaiveld. Op sommige plekken zijn kwelverschijnselen zichtbaar, zoals een olieachtig vliesje op het water of een dieprode kleur die wijst op de aanwezigheid van ijzer. Dotterbloemen zijn karakteristiek voor dit grasland en gedijen uitstekend in het Andersche Diep. Ze beginnen te bloeien vanaf half april, en de grote gele bloemen zijn al van veraf zichtbaar. Beenbreek is een zeldzame en bijzondere plant die steeds vaker in het Andersche Diep wordt aangetroffen. Andere prachtige soorten die hier voorkomen, zijn Duizendknoopfonteinkruid, Kleine- en Ronde zonnedauw, en Schildereprijs.
Ontmoetingen met Charolais koeien en hekwerkbruggetjes
Als de avond valt, hebben we zelfs de kans om reeën te spotten in de kleurrijke hooilanden. Maar vandaag zien we voornamelijk nieuwsgierige ‘blonde’ Charolais koeien die ons op hun eigen manier begroeten. Met ongeveer 100.000 Pieterpadders die jaarlijks passeren, is het bewonderenswaardig dat deze koeien nog steeds nieuwsgierigheid kunnen opbrengen. Gelukkig scheiden prikkeldraadomheiningen ons en de koeien, en kunnen we veilig over stevige hekwerkbruggen klauteren zonder onze kleren te beschadigen.
Een Oversteek door de Eeuwen heen
Onze wandeling leidt ons ook naar een historische oversteekplaats, een voorde, waar mensen in vroegere eeuwen met karren en dieren hun weg door het landschap vonden. Deze plek heeft een rijke geschiedenis, waar talloze voorwerpen uit de steentijd zijn ontdekt.
Betoverende Landschappen en Bossen
We laten de voorde achter ons en vervolgen onze tocht over smalle aarden paden door het betoverende beekdal. Hier en daar zijn de paden drassig door de recente regenval. Soms lopen we langs oude houtwallen, voornamelijk bestaand uit eiken, en dan weer door open landschappen met eindeloze vergezichten. Dit deel van de route blijkt het meest adembenemend te zijn.
Boswachterij Gieten-Borger en Meindersveen
Na het verlaten van het beekdal betreden we de bossen van Gieten-Borger. Hoewel deze bossen uitgestrekt zijn, bestaan ze voornamelijk uit naaldbomen, aangeplant door werklozen in de vorige eeuw. Gelukkig is Staatsbosbeheer de laatste decennia bezig om de bossen gevarieerder te maken door eiken, beuken en berken aan te planten. Niettemin, na de bossen komen we langs uitgestrekte akkers met goudgeel graan en suikerbieten. Even later leidt de route ons door het Meindersveen, een prachtig natuurgebied met overwoekerde ‘jungle-paadjes’ langs stille vennetjes, waar vlinders en libellen zich in overvloed bevinden.
Grolloërveld en Schaapskudde
Af en toe passeren we ruige heidevelden en zien we hoe de dop- en struikheide langzaam in bloei komt. Het Grolloërveld, dat volgt, biedt eveneens aangenaam wandelplezier, en hier kunnen we zelfs een traditionele schaapskudde met herder tegenkomen.
De Schoonloër Strubben en de Slotetappe
Onze wandeling eindigt enigszins rustiger als we over (stille) asfaltwegen Schoonloo naderen, een klein dorpje dat onze eindbestemming vormt. Vlak voor Schoonloo doorkruisen we een hakhoutbos via een smal eenpersoonspad: de Schoonloër strubben. Dit bos voorzag vroeger de omwonenden van hout voor gereedschap, bezemstelen en verwarming. Tegenwoordig schijnen teken hier welig te tieren, zoals we lezen op een waarschuwend bord. Al met al was dit een prachtige en gevarie
Conclusie
Op Pieterpad Etappe 5 van Rolde naar Schoonloo hebben we een fascinerende reis gemaakt door ‘hunebedland’, waar we oog in oog stonden met eeuwenoude hunebedden en de geschiedenis van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij ontdekten. We dwaalden door het betoverende beekdal van het Andersche Diep, bewonderden de diversiteit van flora en fauna, en ontmoetten nieuwsgierige Charolais koeien. Deze etappe bood ons een aaneenschakeling van natuurlijke schoonheid, historische inzichten en bijzondere ontmoetingen, en we kijken vol verwachting uit naar de volgende avonturen op het Pieterpad.
Het Pieterpad is de bekendste langeafstandswandelroute van Nederland. In deze blogpost behandel ik etappe 4. Hier wandel ik van Zuidlaren naar Rolde. Deze etappe neemt je mee door het prachtige Drentse landschap en onthult enkele verborgen schatten langs de route. Van historische brinkdorpen tot schilderachtige beekdalen, dit deel van het Pieterpad biedt een mooie wandelervaring.
Van Grote Brink tot Gasterse Duinen: Een Reis door de Schoonheid van Drenthe
De tocht begint in Zuidlaren, een charmant brinkdorp met een rijke geschiedenis. Een brinkdorp is een traditioneel Nederlands dorp waarbij de huizen en boerderijen zich rondom een open groen plein (de “brink”) bevinden. De ‘Grote Brink’ van Zuidlaren, waar ooit de grootste paardenmarkt van Europa plaatsvond, markeert het beginpunt van deze etappe. Hier, te midden van prachtige eiken, voel je de historie van het dorp. Zuidlaren staat ook bekend vanwege Berend Botje, die met zijn scheepje naar dit pittoreske dorp voer.
Hünenweg of Hondsrugpad
In Zuidlaren kruis je het Hondsrugpad, dit is een 320 kilometer lange afstandsroute van Groningen naar Osnabrück, deze loopt ook via de Drentse AA. Misschien leuk voor een andere keer.
Dennenoord
Je komt ook langs Dennenoord in Zuidlaren. Dit is een historisch landgoed en voormalig psychiatrisch ziekenhuis dat in de 19e eeuw is opgericht, en het is nu een behandelcentrum voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg, gelegen te midden van prachtige bossen en tuinen, dat zich inzet voor het bieden van hoogwaardige zorg en herstelprogramma’s in een rustige en natuurlijke omgeving.
Schipborgsche Diep
De eerste kilometers van de route kunnen wat minder spectaculair lijken, maar al snel verandert het landschap. Na het oversteken van de provinciale weg N34, die ook wel bekendstaat als de ‘Hunebed Highway,’ betreed je het beekdal van de Drentsche Aa. Hier vind je jezelf langs het Schipborgse Diep, een prachtig beekje dat kronkelt door een landschap dat onveranderd lijkt sinds een eeuw geleden. Dit deel van de tocht onthult de schoonheid van het Drentse landschap, met glinsterende beekjes, kleurrijke velden vol bloemen, en oude bomen die het beekdal omringen.
Het beekdal van de Drentsche Aa herbergt niet alleen een schilderachtige pracht, maar het is ook een reservaat met het best bewaarde esdorpenlandschap van West-Europa. Dit gebied is vol met geschiedenis, zoals prehistorische monumenten, grafheuvels en hunebedden. Deze monumenten getuigen van lang vervlogen tijden.
Terwijl je het Schipborgse Diep kruist via een smal bruggetje. Dit is een fotogenieke plek, maar wees voorzichtig om niet in het water te vallen in je enthousiasme!
Schotse hooglanders
In het gebied grazen Schotse hooglanders die het gebied begrazen. De koeien zorgen er onderander voor dat de heide niet wordt overwoekerd door gras en boompjes.
Gasterse Duinen
Je zult ook de Gasterse Duinen doorkruisen, met golvende heidevelden, stuifduinen, vennetjes, en eenzaam gelegen vliegdennen. Hier hoor je wellicht de lokale bewoners het uitspreken als ‘Gaasterse Duun’n.’ Het gebied heeft een rijke geschiedenis als een drukke handelsroute in de middeleeuwen, en de oude karrensporen zijn nog steeds zichtbaar in het landschap.
Hunebed D10 Gasteren
Zo kom je langs een hunebed. Dit is een prehistorisch grafmonument. Hunebed D10 in Gasteren is een van de 54 megalithisch grafmonumenten in Nederland, bestaande uit grote rechtopstaande stenen en een imposante deksteen, oorspronkelijk bedoeld als grafkamer voor begrafenissen, en trekt vandaag de dag nieuwsgierige bezoekers en archeologieliefhebbers naar zijn locatie als een intrigerend stukje prehistorische geschiedenis. Een hunebed was onderdeel van de vroege agrarische cultuur, de Trechterbekercultuur.
Ballooërveld
De laatste kilometers van de etappe brengen je naar het Balloërveld, een uitgestrekte heide met weidse uitzichten. Hier kun je genieten van de rust en stilte, omgeven door de uitgestrekte heide en zandpaden die het wandelen tot een echte workout maken. Misschien krijg je het geluk om een kudde Drentse heideschapen tegen te komen. Het gebied is eigendom van Staatsbosbeheer. Het feitelijke beheer wordt echter vooral uitgevoerd door een grote kudde Drentse heideschapen. Hun potstal staat aan de zuidkant van het gebied en is te bezoeken. De kudde houdt de grote stille heide in stand. Door hun voortdurende grazen krijgen bomen geen kans om uit te groeien. Vroeger was de heide onderdeel van het landbouwbedrijf. Overdag graasden hier de schapen. ’s Avonds brachten de boeren de dieren naar de stal. Daar werd de mest verzameld en vermengd met heideplaggen. Dit mengsel ging op de akkers (essen) bij het dorp. Om één hectare es te bemesten was minstens tien hectare heide nodig.
Dat het Ballooërveld duizenden jaren geleden al bewoond was, bewijzen de tientallen grafheuvels uit de brons- en de ijzertijd. Uit de ijzertijd zijn ook sporen van omwalde vierkante akkertjes, zogenoemde ‘Celtic fields’, bewaard gebleven. Over het hooggelegen Ballooërveld liep eeuwenlange een belangrijke route voor reizigers. Hun karren ploegden door het zand en slepen geulen uit. De breden sporenbundel zijn nog altijd zichtbaar
Er zijn ook sporen uit een veel recentere periode bewaard gebleven. In de Tweede Wereldoorlog legden dwangarbeiders hier voor de Duitsers een tankgracht aan. Deze was bedoeld om geallieerde legers de pas af te snijden. Als een tank de geul inreed zou hij tegen de steile overkant aanbotsen. Zover is het niet gekomen: dit deel van de verdedigingslinie is nooit gebruikt.
Galgenberg
Op het Balloërveld kom je ook langs een voormalig Galgenveld. De naam Galgenberg is waarschijnlijk afkomstig uit de middeleeuwen toen er vermoedelijk een galg op deze grafheuvel stond. Grafheuvels werden in die tijd vaak langs belangrijke routes gebruikt voor executies. De karrensporen van deze route, die zich voornamelijk aan de oostzijde van de heuvel bevinden, wijzen op een doorgaande verbinding tussen Groningen en Coevorden. In 1933 werd de Galgenberg gedeeltelijk opgegraven, maar er werden geen sporen van de galg ontdekt. De heuvel was destijds sterk vergraven, maar dieper gelegen werd een grafkuil gevonden, evenals twee greppels aan de rand van de heuvel, wat wijst op meerdere bouwfases. Op basis van deze greppels kan de heuvel worden gedateerd in de bronstijd, ergens tussen 1800-1500 v.Chr.
Hunebed D18 Rolde
Achter de prachtige middeleeuwse kerk in Rolde bevinden zich hoogstwaarschijnlijk de twee meest bekenste hunebedden in Drenthe, namelijk hunebed D17 en D18. D18 is bijzonder opvallend wanneer u nadert, terwijl D17 iets verder weg ligt, naast een oude boom. De hunebedden liggen dan in de bebouwde kom van Rolde. Dit is voor deze etappe de eindbestemming. In Rolde eet ik nog wat voordat ik naar het het buurtschap Anderen ga om te overnachten.
Gelopen route
Deze dag heb ik zelf van Haren naar het buurtschap Anderen gewandeld. Dat is een stuk voor en na deze etappe. In Haren en in Anderen heb ik overnacht bij een “Vrienden op de Fiets”-adres. Dit zijn niet mijn vrienden maar dat is een website waar wandelaars en fietsers voor een gereduceerde prijs kunnen overnachten.
Conclusie
Etappe 4 van het Pieterpad van Zuidlaren naar Rolde biedt een adembenemende reis door het Drentse landschap. Van historische dorpen en schilderachtige beekdalen tot uitgestrekte heidevelden en prehistorische monumenten, deze tocht heeft voor iedere wandelliefhebber wel iets te bieden. Het is een ervaring die de schoonheid van Drenthe op een mooie manier onthult. Kortom, het is een wandeling die je meeneemt door het echte Nederland, en je doet beseffen dat de schoonheid van de natuur soms gewoon om de hoek te vinden is.