Na een rustige nacht aan de rand van Cens begon dag twaalf van de Hoge Ardennenroute opnieuw tussen de bossen, beekjes en stille wegen van de Ardennen. Het werd een etappe vol afwisseling: brede zandwegen, kleine dorpjes, oude watermolens, uitzichtpunten en opnieuw dat typische gevoel van eindeloos wandelen door het groen.
Ochtend bij Cens
De dag begon vroeg bij mijn tent aan de Chemin de Mousny in Cens. Niet veel later liep ik langs de Westelijke Ourthe, de L’Ourthe Occidentale. Het water kronkelde rustig door het landschap en vormde een perfecte start van de wandeldag. De rivier bleef regelmatig in beeld terwijl de route zich verder door de Ardennen slingerde.
Door Wyompont
Via rustige wegen en bospaden kwam ik uit bij Wyompont. Hier veranderde het landschap opnieuw: brede zandwegen, open plekken en oude beuken wisselden elkaar af. Op sommige stukken voelde het alsof ik volledig alleen door het landschap trok.
Langs de Rue de Trinval kleurden klaprozen de bermen felrood. Het contrast tussen de bloemen en het zachte groen van de Ardennen zorgde voor een van die kleine momenten waar je tijdens langeafstandswandelingen extra van geniet.
Roumont en Château Casaquy
De route liep verder richting Roumont. Via de Drève Casaquy kwam eerst de Église Saint Grégoire in zicht, gevolgd door het statige Château Casaquy. Het dorp straalde rust uit, alsof de tijd hier iets langzamer beweegt dan elders. Even later kruiste ik de N4, waar de omgeving plots opener werd. Tussen de klaprozen waren in de verte windmolens zichtbaar, een modern contrast met de oude Ardense landschappen waar de route meestal doorheen loopt.
Bloemen, bossen en oude spoorlijnen
Langs de Chemin de l’Étang stonden grote pollen gele brem volop in bloei. Even verder vielen ook kleine blauwe bloemen op: gewone ereprijs, die subtiel kleur gaf aan de bermen.
Bij Laval kwam opnieuw water in beeld. De rivier zorgde voor verkoeling tijdens het wandelen en bracht me uiteindelijk richting de oude Voie du Tram vicinal 516. Het voormalige tramtracé vormt tegenwoordig een rustige route door het landschap en herinnert nog aan de tijd dat hier buurttrams reden.
Lavacherie en Fontaine de la Bonne Dame
Een van de mooiste plekken van de dag was zonder twijfel Lavacherie Moulin. De oude watermolen ligt prachtig aan het water en past perfect in de omgeving van bossen en beekjes.
Niet veel later passeerde ik de Fontaine de la Bonne Dame langs de Rue de Sainte-Ode. Deze bron ligt verscholen tussen het groen en voelt bijna als een verborgen plek onderweg.
Uitzicht bij Le Cheslin
Bij Le Cheslin opende het landschap zich opnieuw. Vanaf het uitzichtpunt keek ik uit over de omliggende bossen van de Ardennen. Het was zo’n plek waar je vanzelf even stil blijft staan om het landschap in je op te nemen. Daarna volgde de rustige Rue aux Tailles, met verspreide huizen en zandwegen tussen het groen. De vermoeidheid begon langzaam voelbaar te worden, maar tegelijkertijd kwam ook het besef dat het eindpunt van de dag dichtbij was.
Kamperen bij Laneuville-au-Bois
Aan het einde van de etappe zette ik opnieuw mijn tent op, dit keer bij Pres aux Pierres in de buurt van Laneuville-au-Bois. Tussen de beuken en vlak bij de rivier vond ik een rustige plek voor de nacht. Het stromende water vormde opnieuw het decor van de avond. Na een lange wandeldag voelde het goed om hier neer te strijken, midden in de natuur van de Ardennen.
Conclusie
Dag twaalf bleek een etappe vol rust, water en uitgestrekte bossen. Geen spectaculaire hoogtepunten, maar juist een dag waarop de charme van de Hoge Ardennenroute in de kleine details zat: een oude watermolen, een stille rivier, klaprozen langs de weg en eindeloze zandpaden door het groen.
← Vorige etappe – Volgende etappe →
In de serie van de Hoge Ardennenroute gebruik ik mijn eigen dag verdeling. Zie de overzichtblog “La Roche-en-Ardenne naar Grupont overzicht en ervaringen (2026) ” voor de andere wandelingen uit deze serie