De ochtend begint fris en stil in Our. Nog voor het dorp goed en wel wakker is, buig ik de Chemin Vicinal 20 in en verdwijn tussen de bomen. Het bos ademt die typische vroegeochtendsfeer: dauw op het gras, gefilterd licht tussen de takken, en die eigenaardige stilte die alleen een woud vlak na zonsopgang kan hebben.
Al snel voegt de Our zich bij mijn pad. De rivier kronkelt door het groen, en met de zon nog laag aan de hemel krijgt het water een prachtig tegenlichteffect, zilveren flitsen tussen de oevervegetatie. Ik loop een tijdje met de rivier mee, het kabbelende geluid als vaste begeleider.
Onverwacht gezelschap bij Moulin d’Our
Bij de oude molen, Moulin d’Our, gebeurt het onverwachte: tussen het kreupelhout beweegt iets. Wilde zwijnen. Een groepje foerageert rustig verderop in het bos, schijnbaar onaangedaan door mijn aanwezigheid. Ik blijf op veilige afstand staan en kijk toe hoe ze wroeten in de bosbodem, hun robuuste silhouetten half verscholen tussen varens en struikgewas. Het is een van die momenten die een wandeling plots optillen van “mooi tochtje” naar “onvergetelijke dag”. Verderop passeer ik nog een boerderij, een rustig tafereel van steen en weiland dat een mooi contrast vormt met de wildernis van zonet.
Naar het dorp Our
De route brengt me naar het dorp de Our zelf. Traditionele huizen, smalle straatjes, en overal die typische Ardense rust. In de Rue de Porcheresse geniet ik van de tuinen langs de weg: een weelderige boerenjasmijn verspreidt zijn zoete geur, en niet ver daarvandaan kleurt een gewone vlier het straatbeeld wit.
Ook de bermen doen volop mee aan het bloemenfeest van deze wandeling. Ik spot vogelwikke die zich sierlijk om grassprieten wikkelt, het paarse beemdkroon (Knautia arvensis) dat trilt in de ochtendbries, en bosandoorn die verscholen tussen het struikgewas staat te wachten om ontdekt te worden. Voor wie oog heeft voor kleine details, is dit stuk van de route een waar plantenparadijs.
Op weg naar Graide
Voorbij Our volgt de Rue de Graide, en die weg toont zich van twee kanten. Eerst een rustige zandweg, omzoomd door een enkele, statige boom die de horizon markeert, het soort beeld dat om een foto vraagt. Verderop verandert het decor: het zandpad maakt plaats voor asfalt zodra ik het dorp Graide binnenwandel, met zijn eigen karakteristieke huizen en hoekjes.
Moulin de Naomé en de laatste kilometers
Bij Moulin de Naomé, langs de Rue du Moulin, valt me een vrolijk detail op: een uitbundig bloeiende hangpetunia siert de brug, een spat kleur die de sobere dorpsarchitectuur even opfleurt.
Aankomst in Carlsbourg
Na een dag vol afwisseling, ochtendbos, een rivier in tegenlicht, wilde zwijnen, geurende tuinen en glooiende zandwegen, eindigt dag 16 bij het station van Carlsbourg aan de Avenue Arthur Tagnon. De rails glimmen in het middaglicht en vormen een mooi, symbolisch eindpunt: van het stille Our via bos en dorp naar dit kleine spoorwegstation, klaar voor de volgende etappe.
Conclusie
Een dag die bewijst dat de Hoge Ardennenroute niet alleen indrukwekkende landschappen te bieden heeft, maar ook die kleine, onverwachte momenten, een groep grommende zwijnen tussen de bomen, een geurige jasmijnstruik, een enkele boom langs een zandpad, die een wandeling pas echt bijzonder maken.