Deze etappe begint in het Achterhoekse Braamt, je wandelt door de bossen van het Montferland, steekt de grens over om vervolgens bij de Rijn in Lobith uit te komen, waar je nog een stuk langs de dijken loopt om met de veer in Millingen aan de Rijn te arriveren. Het eerste stuk is echt geweldig en bij de Rijn is het meer over asfalt en wordt het wat minder qua wandelplezier
Bergherbos
Vanuit het dorpje Braamt wandel je het Bergherbos in, met de kleuren van net uitgelopen bladeren echt een mooi bos. Deze idyllische omgeving vormt het perfecte decor voor het startpunt van onze reis op Etappe 16 van het Pieterpad. Het pad voert ons dieper het Bergherbos in, waar imposante beuken en kromgegroeide eiken ons gezelschap houden. Het voelt als een wandeling door een sprookjesachtig bos, waarbij de bomen als slapende reuzen de weg naar ons einddoel bewaken. Elk knoestig detail vertelt een verhaal van eeuwenoud bosleven, en elke schaduw verbergt misschien wel een geheim uit lang vervlogen tijden.
Ontmoetingen met de Natuurpracht
Te midden van dit betoverende landschap stuiten we op de kleinschalige akkers, beheerd door Natuurmonumenten op biologische wijze. Hier komen flora en fauna harmonieus samen, met kleurrijke bloemenweides en levendige akkerranden die bruisen van het leven. Het is een uitnodiging om even stil te staan en te genieten van de natuurlijke pracht om ons heen, terwijl we misschien wel een glimp opvangen van een schichtige ree (ik heb ze helaas niet gezien). Het was erg druk met Pieterpad wandelaars, zo werd ik gevraagd om een foto van een groep wandelaars te maken. Ze hebben mij ook nog op de foto gezet.
Hoogtepunt: Uitkijktoren Hulzenberg
Maar het hoogtepunt van deze etappe wacht geduldig op ons: de beklimming naar de uitkijktoren Hulzenberg. Met zijn 104 treden (21 meter) biedt deze toren een adembenemend uitzicht over het uitgestrekte Bergherbos en de omliggende landschappen. De top staat 26,5 meter boven de grond en – met de hoogte van de Hulzenberg meegerekend – maar liefst 108,5 meter boven NAP. Vanaf deze hoogte kunnen we de gouden akkers en idyllische dorpjes in de verte bewonderen, als een levend schilderij dat zich voor ons uitstrekt. Zo zie je onder andere de Rijnbrug bij Emmerik en de kerk van Hoog Elten. Zo werd ik hier ook gevraagd door een familie die het Pieterpad aan het wandelen was om ze op de foto te zetten. Ze gingen eens per jaar een weekend het Pieterpad lopen, hij hoopte voor z’n 75 het pad afgerond te hebben.
De vorm van deze imposante toren is afgeleid van die van een zogenaamde ‘motteburcht’; een middeleeuwse houten verdedigingstoren op een handmatig verhoogde heuvel. Bouwkundige Tony de Haan maakt hiermee een referentie naar de motteburcht. Dit is een middeleeuwse houten verdedigingstoren.
Bijzonder is ook dat al het gebruikte hout, zo’n 75 m², afkomstig is uit het Bergherbos. De constructiebalken zijn van spintvrij douglas. Spintvrij hout is vrij van het zachtere en minder duurzame buitenste deel van de boom, bekend als spint, waardoor het duurzamer en van betere kwaliteit is. Voor de trapleuningen is gekozen voor beukenhout, omdat dit niet snel splintert. De planken aan de buitenzijde zijn van spintvrij Japanse lariks. Deze bekleding is zodanig gemonteerd dat er voldoende luchtcirculatie is om het hout van de constructie goed droog te houden.
De bouw op een locatie als deze stelde bijzondere eisen. Het beton voor de fundering werd door vrachtwagens zo ver mogelijk naar boven gereden en vervolgens opgepompt. De bouw van de toren zelf was voorbereid in de werkplaats, waardoor het gebouw uiteindelijk met behulp van een hijskraan binnen 3 weken stond. Een sterk staaltje vakmanschap, waardoor je het Bergherbos en de wijde omgeving nu op een unieke manier kunt bekijken.
Loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog
Iets uit de route bevindt zich een loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog. Deze reconstructie van een loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog, die moest voorkomen dat tijdens de oorlog een tegenstander neutraal Nederlandse grondgebied doorkruiste. Dit gebied was destijds Duits grondgebied. De Duitsers waren bang voor een aanval en legden daarom op de stuwwal tussen Elten en Beek een verdedigingslinie aan, bestaande uit kilometerslange loopgraven en 84 bunkers.
De loopgraven werden in de eerste oorlogsjaren wel gebruikt door Duitse soldaten, maar er werd nooit gevochten. Na de oorlog werden de bunkers en loopgraven onder toezicht van Franse troepen vernietigd. In 2013 is ongeveer 50 meter van de loopgraaf hersteld in de oorspronkelijke staat. Vanaf hier kunt u zien dat de loopgraaf bestond uit rechte stukken om de vijand te kunnen bespieden en beschieten, met daartussen halfronde delen om te voorkomen dat inslaande granaten of vijandelijke militairen veel slachtoffers konden maken. Loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog hebben een andere vorm.
Zo sprak hier een wat oudere dame die een wandelroute door het gebied volgde en ook even wilde stil staan bij deze imposante plek. Ze moest gelijk denken aan de oorlog in Oekraïne en de spanningen in de wereld.
Dompelen in Duitse Charisma: Hoch-Elten
Na de interessante loopgraaf, vervolgt onze reis zich naar Hoch-Elten, waar je door een Duits bosgebied wandelt. Je steekt de autobahn 3 nog over. Dit is het laatste stukje waar je nog zo hard mag rijden als je zelf wil. In het dorpje staat een mooie oude kerk. De kerk, gesticht in 952 door Wichman IV van Hamaland, onderging verschillende transformaties door de eeuwen heen. Van een complex van drie kerken en kapellen evolueerde het naar een romaanse basiliek rond 1100. Na verwoesting tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het herbouwd tussen 1670 en 1677 dankzij een schenking van abdis Maria Sophia van Salm-Reifferscheid. De kerk overleefde de opheffing van het rijksstift (specifieke privileges waar ze rechtstreeks verantwoording aflegde aan de Duitse kiezer) in 1811 maar werd zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog en later gereconstrueerd.
De Wild & Carvium Novum
Dan volgt nog een stuk langs “De Wild” waar je aan de waterkant door de weilanden loopt. We zijn inmiddels weer terug in Nederland. Verderop is een meer “Carvium Novum”. Het 65 hectare grote terrein, voorheen een heuvelachtige uiterwaard van de Rijn met een agrarische bestemming, werd aangeschaft voor zand- en grindwinning, gevolgd door herontwikkeling tot natuurgebied met fietsroutes en recreatieve voorzieningen. Het plan werd begeleid door een groenconsultant. Ontzanding begon in 2012 en eindigen in 2021. Hoewel oorspronkelijke plannen voor een Romeins themapark verworpen werden, is er een stichting opgericht om passende bestemmingen te creëren.
Staatse rivierverdediging
Deze uitkijkheuvel herinnert aan een wachttoren uit de Tachtigjarige Oorlog, gebouwd door Maurits van Oranje om strategische rivieren te beschermen tegen de Spanjaarden. Een sleutelpunt was Schenkenschans, dat de toegang tot de Betuwe en de Waal controleerde.
Wachttoren op het ‘Middel Grint’: In 1637 bewaakten dertien wachttorens de Rijn tussen Lobith en Huissen. Een ervan stond hier vlakbij en waarschuwde met vuur- of rookseinen voor naderende Spanjaarden. De rivieren speelden een cruciale rol in de strijd tegen de Spaanse overheersing.
Lobith
Vroeger leerde je op school dat de Rijn bij Lobith ons land binnen komt. Ruim 2 eeuwen geleden was dat ook zo, maar omdat in de loop der tijd de stroom van de Rijn is veranderd en de grens is verlegd, komt de Rijn sinds 1817 ons land binnen bij Spijk. Tot het dorp Millingen aan de Rijn aan de overkant loopt de landsgrens met Duitsland precies in het midden van de rivier en pas vanaf daar zijn beide oevers van de Rijn Nederlands.
Sinds 1798 beheert Rijkswaterstaat o.a. rijksvaarwegen en -wateren en werkt samen met anderen om ons land te beschermen tegen overstromingen. Vlakbij Lobith bevindt zich het drijvende meetstation voor de kwaliteit van het Rijnwater. Op de Europakade staat een peilhuis (meetstation Lobith’) dat de waterhoogte toont.
Dikste wilg van Nederland
In het gebied vindt je drie imposante wilgen, waarvan de grootste een indrukwekkende stamomtrek heeft van maar liefst 7,87 meter (gemeten op 1,3 meter hoogte), waarmee het de dikste wilg van Nederland is en op de achtste plaats staat in de top 10 van Nederlandse bomen. Deze boom is ongeveer 260 jaar oud. Er staan nog twee van deze dikke wilgen, waarvan er één een omtrek heeft van 6,60 meter (de op één na dikste wilg van Nederland) en één met een omtrek van 5,70 meter. De oudste van deze bomen dateert uit het jaar 1757.
Einde van de etappe: Millingen aan de Rijn
Uiteindelijk brengt het veer ons naar Millingen aan de Rijn. Ik kom net iets voor het hele uur aan dus ik kan gelijk mee met de veerpond naar overkant. In 2024 kost een overtocht 2 euro.
Conclusie
In deze etappe van het Pieterpad ervaren we een rijke variëteit aan landschappen en historische bezienswaardigheden. Van de betoverende bossen van het Bergherbos tot de imposante uitkijktoren Hulzenberg, elk moment biedt een nieuwe ontdekking. Het letterlijke hoogtepunt van deze reis is ongetwijfeld de uitkijktoren, waar we getuige zijn van adembenemende vergezichten over het Bergherbos en de omgeving. Daarnaast ontmoeten we de geschiedenis in de vorm van een gereconstrueerde loopgraaf uit de Eerste Wereldoorlog en ervaren we de charme van het Duitse Hoch-Elten. Ter afsluiting brengt het veer ons naar Millingen aan de Rijn, waar we terugblikken op een reis vol natuurlijke pracht en historische betekenis.
← Vorige etappe – Volgende etappe →
In de serie van het Pieterpad gebruik ik de etappe nummers van Wandelnet. In de overzichtsblog vind je een compleet overzicht van de wandelingen uit deze serie.