Na een treinreis stap ik uit in Geldrop, waar het pad zich weer oppakt. Het is rustig in het centrum, alsof de dag nog moet ontwaken. Een perfect begin voor een nieuwe etappe door het Brabantse landschap.
Langs de Kleine Dommel
De route volgt al snel de Kleine Dommel, die in 1996 deels werd teruggebracht naar haar oorspronkelijke, kronkelende bedding. De oevers zijn nog stil, maar tekenen van het voorjaar dienen zich aan: een wilgenkatje wiegt zachtjes in de wind – de lente is echt begonnen.
Over de A67 richting Strabrechtse Heide
Een korte maar opvallende oversteek van de A67 vormt een contrast tussen natuur en snelweg. Een wegkruis waakt hier stil langs de rand van het asfalt.
Aan de overkant doemt het imposante terrein van Ruitersportcentrum Meulendijks op, met grote hekken, blaffende honden en waarschuwingsborden die toegang ontmoedigen. Het oogt bijna alsof er iets kostbaars wordt bewaakt – al zijn het ‘slechts’ paarden.
De Strabrechtse Heide
Op de Strabrechtse Heide ontvouwt zich een uitgestrekt, nat landschap. Ondanks de droge maartmaand staat er nog veel water in de vennen. Jonge boompjes lopen voorzichtig uit, en de Gaspeldoorn steelt de show met haar gele bloei. Een ruiter kruist mijn pad op een van de onverharde wegen – een mooi beeld hoe ze samen bezig zijn. Even later stuit ik op oude galwespnestjes, uitgedroogd en broos, als herinnering aan een vorig seizoen.
Langs de Sterkselse Aa naar Kasteel Heeze
De route slingert verder langs de Sterkselse Aa, een idyllisch stukje Brabant, richting het slotstuk: Kasteel Heeze. De oude muren weerspiegelen in het water, alsof de tijd hier trager stroomt. Vlak voor het einde staat er een Japanse sierkers in volle bloei – een prachtig afscheid van deze etappe.
Eindpunt Heeze
Ik eindig in Heeze, waar ik ervoor kies om meteen door te lopen naar etappe 6a. Deze etappe voelde als een kalme maar rijke wandeling, vol lente-energie, water en verrassingen onderweg.
Conclusie
Etappe 5 is een rustige, afwisselende wandeling door het Brabantse landschap. Van de kalmte langs de Kleine Dommel tot de uitgestrekte Strabrechtse Heide en het historische Kasteel Heeze – de route verrast mij positief.
Aan de noordrand van Brabant, net boven Oss, ligt het historische stadje Megen. Tussen de uiterwaarden van de Maas en het omliggende polderlandschap vormt Megen een verrassend monumentaal geheel. Hoewel het de omvang van een dorp heeft, beschikt het al sinds de middeleeuwen over stadsrechten en een beschermd stadsgezicht.
Tijdens een stadswandeling onder leiding van gids Jan maakten we kennis met de rijke religieuze geschiedenis, bijzondere gebouwen en opmerkelijke bewoners van Megen.
Startpunt: Acropolis Megen
De route begon bij het Acropolisgebouw, waar gids Jan ons opwachtte. Dit gebouw werd oorspronkelijk gebouwd als school van het klooster en groeide van zes leerlingen naar een volwaardige Latijnse School van de Franciscaner orde. De paters waren de docenten en de leerlingen verbleven bij gezinnen in het dorp. Hierdoor ontstond een hechte band tussen de geestelijken en de inwoners van Megen. De school bleef bestaan tot 1967 en werd daarna een gemeenschapshuis. Op de dag van ons bezoek was er toevallig een toneelvoorstelling bezig.
Minderbroedersklooster Franciscanen
Onze wandeling ging verder naar het Minderbroedersklooster. Jan vertelde dat de marmeren platen op de muren eigenlijk beschilderd hout zijn. In vroeger tijden was echt marmer niet per se duurder, maar hout werd gekozen omdat marmer in de winter zou kunnen barsten door de kou. Het handmatig beschilderen van hout om op marmer te lijken vereist veel vakmanschap.
In de tijd dat het klooster werd gebouwd, was Megen een ‘vrije heerlijkheid’ – een autonome regio. Het hoorde niet bij Staats-Brabant en kon daardoor katholiek blijven, terwijl elders alleen het protestantisme werd toegestaan. Het klooster was veel groter dan nodig was voor het kleine stadje en trok daarom ook mensen uit de omgeving aan. Vandaag de dag wonen er nog altijd zes monniken in het klooster.
Everardus Witte
Een aparte ruimte in het klooster is gewijd aan broeder Everardus, geboren als Jan Witte. Hij probeerde meerdere opleidingen te volgen om priester te worden, maar zonder succes. Toch voelde hij zich sterk aangetrokken tot het religieuze leven en trad in 1891 toe tot het franciscanenklooster in Alverna. Daarna verhuisde hij naar Megen, waar hij als portier en huisschilder werkte. In het klooster had je destijds paters (gestudeerd in theologie) en broeders (zonder universitaire opleiding).
Wilhelminastraat
In de Wilhelminastraat zie je nog huizen waarin de studenten van de Latijnse School verbleven. Zij woonden bij inwoners van Megen die als hospita fungeerden. Dit benadrukt opnieuw de verwevenheid tussen religieus leven en burgermaatschappij in Megen.
Sint-Servatiuskerk
Aan de andere kant van Megen staat de Sint-Servatiuskerk, gebouwd in 1872 ter vervanging van een afgebrande kerk. Tegenwoordig wordt het gebouw gebruikt door een Romeens-orthodoxe geloofsgemeenschap. Gids Jan vertelde dat mensen uit heel Nederland hier naartoe komen. Hij is blij dat de kerk op deze manier behouden blijft.
Klooster Sint Josephsberg – Clarissen
Aan de rand van Megen staat nog een klooster: dat van de Clarissen. Hier wonen nog ongeveer zes zusters. Vroeger moesten zusters bij intrede een bedrag van 3000 gulden meebrengen – een fortuin in die tijd. Dat geld werd belegd zodat de zuster van de rente onderhouden kon worden. Zusters zonder dit bedrag verbleven aan de andere kant van het klooster.
Het leven van de zusters was streng afgeschermd. Bij werkzaamheden door mannen werd het klooster gedeeltelijk afgesloten, zodat de zusters geen mannen zouden zien – vanaf het moment van intrede zagen ze nooit meer een man.
Er waren slechts twee plekken met verwarming: in de ziekenboeg en de keuken. Pas toen een arts constateerde dat te veel zusters ziek werden, werd verwarming in het hele klooster aangelegd.
Gids Jan vertelde dat hij meewerkt aan een plan om het klooster grondig te renoveren. Hiervoor moeten zowel de zusters als de overheid akkoord geven, wat meerdere overlegrondes vereist.
De zusters zijn nog steeds actief: ze bakken hosties (de “koekjes” die in de kerk worden gebruikt), geven yogalessen en mindfulness-trainingen en runnen een guesthouse.
Karel Brimeu
Op het centrale plein staat een standbeeld van Karel Brimeu, een belangrijke graaf van Megen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog koos hij de kant van Spanje, waarmee hij in de ogen van sommigen een landverrader werd. Toch wordt hij in Megen geëerd, vooral omdat hij katholiek bleef in een overwegend protestantse tijd.
Beersche Overlaat
De Beersche Overlaat verwijst naar een gebied ten westen van Megen waar de Maas vroeger kon overstromen. In de 16e eeuw werden opzettelijk lage stukken dijk aangelegd tussen Gassel en Linden, zodat overtollig Maaswater daar zijn weg kon vinden.
Later kreeg de naam Beersche Overlaat ook betrekking op een veel grotere noodbedding: een rivierpolder van enkele kilometers breed en ruim 40 kilometer lang, die bij hoogwater onderliep en tijdelijk de vorm aannam van een rivier – de Beerse Maas. Deze situatie bracht veel overlast voor bewoners met zich mee. In 1942 werd de laatste overlaat gesloten.
Bij Megen was een zogeheten compartimenteringsdijk aangelegd, bedoeld om het water in delen te kunnen beheersen. Deze grensde aan het graafschap Ravenstein, en er was vaak discussie over het wel of niet doorsteken van deze dijk bij hoogwater.
Conclusie
De stadswandeling door Megen, onder leiding van gids Jan, gaf een indrukwekkend beeld van een klein stadje met een rijke geschiedenis. Vooral de kloostertradities en de manier waarop religie en gemeenschap eeuwenlang met elkaar verweven waren, maken Megen tot een unieke plek. Door de verhalen over monniken, zusters, studenten, en historische figuren als Karel Brimeu komt het verleden tot leven. Een bezoek aan Megen is een aanrader voor iedereen die houdt van geschiedenis, rust en bezinning.
De vierde etappe van het Brabants Vennenpad brengt me van Son en Breugel naar Geldrop. Een route die natuur en geschiedenis combineert met bijzondere ontmoetingen en onverwachte details.
Start bij de Sonse Brug
Mijn wandeling begint bij de Sonse Brug in Son en Breugel. Al snel passeer ik het plaatsje Driehoek, waar ik een groep hardlopers in fluorescerende pakjes tegenkom. In een dertig jaar oude Volvo spelen kinderen.
Langs de Dommel naar Nederwetten
Ik volg de Dommel richting Nederwetten en begeef me door modderige paden. De oude toren van Nederwetten staat nog steeds trots overeind. Hoewel de stad Eindhoven dichtbij is, blijft de omgeving hier verrassend groen. De modder maakt het zwaar, maar de aanblik van zwanen en ganzen in de rivier, en een buizerd in een boom, maken veel goed.
Kasteel Eckart en een bijzondere ontmoeting
Bij Kasteel Eckart hoor ik plotseling een man luid iets onverstaanbaars roepen. Naast hem loopt een vrouw die er totaal niet op reageert. Ik vermoed dat dit deel uitmaakt van Woonparken Lunet, een plek waar mensen met een beperking worden opgevangen. Het oude landhuis en de omringende tuinen geven de plek een bijzondere sfeer.
Even later zie ik drie dames die enthousiast staan te praten bij een Renault 5, een elektrische auto die hen duidelijk fascineert. Zelf had ik de auto nauwelijks opgemerkt, maar hun enthousiasme werkt aanstekelijk.
Opwetten en de Opwettense Watermolen
In Opwetten bloeien de krokussen volop, een teken dat de lente in aantocht is. Hier kom ik langs de Opwettense Watermolen, een plek met een rijke geschiedenis. De molen dateert uit de 11e eeuw en is door de eeuwen heen meerdere keren herbouwd. Met zijn imposante waterrad en het historische molenaarshuis is dit een indrukwekkende plek. Vincent van Gogh legde de molen vast op een schilderij in 1885.
Eeneind en de Collse Watermolen
Na het oversteken van de A270 kom ik in het dorpje Eeneind, waar de krokussen opnieuw in volle bloei staan. Vroeger was hier een station, maar dat is inmiddels verdwenen.
Niet veel later bereik ik de Collse Watermolen, een molen die al sinds 1460 bestaat en zowel als koren- en oliemolen dienstdeed. In de loop der tijd raakte het complex in verval, maar dankzij restauraties is de molen sinds 2003 weer in bedrijf. Het is de enige watermolen in Zuid-Nederland die zowel koren kan malen als olie kan slaan.
De Kleine Dommel en het Eindhovens Kanaal
De route voert verder langs de Kleine Dommel, een laaglandbeek die haar oorsprong vindt bij de Belgische en Limburgse grens. De beek slingert door het landschap en mondt uiteindelijk uit in de Dommel bij het Eckartse Bos. De oevers zijn drassig en vol riet, waardoor het pad soms moeilijk begaanbaar is.
Bij de Hulsterbrug steek ik het Eindhovens Kanaal over. Hier ligt een binnenvaartschip, een stille getuige van de handelsroutes die ooit van groot belang waren voor de regio.
Aankomst in Geldrop
Mijn wandeling eindigt in Geldrop, waar ik langs Kasteel Geldrop en de Sint-Brigidakerk kom. Het is een mooie afsluiting van een afwisselende etappe vol natuur, geschiedenis en bijzondere ontmoetingen. Bij station Geldrop sluit ik de dag af, met een hoofd vol indrukken en een rugzak vol verhalen.
Conclusie
Deze etappe van het Brabants Vennenpad biedt een prachtige mix van natuur en historie, met modderige paden, historische watermolens en verrassende ontmoetingen. De route laat zien hoe het Brabantse landschap zich moeiteloos afwisselt tussen stad en natuur.
Op deze zonnige, winterse dag, waarop de temperatuur net boven het vriespunt uitkomt, wandel ik door het Brabantse land. Het land van vennen, bossen en boerderijen, waar Van Gogh ooit woonde. Door de vorst is de modder bevroren, wat het lopen makkelijker maakt. Onderweg kom ik door verschillende natuurgebieden en eindig ik bij de Hefbrug in Son en Breugel.
Gemeente
Deze etappe begint bij het voormalige gemeentehuis van Sint-Oedenrode, dat door de gemeentelijke herindeling nog maar beperkt wordt gebruikt. De gemeente is samengevoegd met een aantal buurgemeenten en heet nu Meierijstad, vernoemd naar de Meierij van ‘s-Hertogenbosch. Dit gebied staat bekend om zijn populierenlandschap, ontstaan door een middeleeuws recht, ingesteld door de hertogen van Brabant. Hierdoor mochten grondeigenaren bomen planten in de berm voor hun perceel langs de openbare weg.
Sint-Martinuskerk
Langs de route ligt de Sint-Martinuskerk, waar een groot bord staat met de carnavalsnaam “Ik hou van Papgat”. De route loopt achter de kerk langs, maar door werkzaamheden is deze weg afgesloten. Een alternatieve route ontbreekt, waardoor ik via het kerkhof van de Sint-Martinuskerk loop. Dit loopt echter dood. 😉 (knipoog) Zo kom ik langs de Calvarieberg, aangelegd in 1909, met beelden van Hendrik van der Geld en anderen. De berg is opgebouwd uit baksteen en bedekt met cement en is een rijksmonument. Met een omweg langs de Markt kom ik weer op de juiste route.
Markt
Op de Markt staat een gedenksteen ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog. Deze steen is geplaatst als dankbare herinnering aan het gastvrije 2e Regiment Huzaren. De inwoners van Sint-Oedenrode boden hen onderdak van 28 juni 1916 tot 20 januari 1919, tijdens de mobilisatie van het Nederlandse leger.
Knoptoren Eerschot
Via de Dommel kom je bij de Knoptoren in Eerschot, een wijk van Sint-Oedenrode. De kerk wordt nog steeds zo genoemd, ook al is de toren zijn kenmerkende knop kwijt sinds de storm van 9 november 1800. Je wandelt onder de A50 door en komt in het buitengebied, waar het ijs op de sloten ligt en de hazelaar al begint te bloeien.
Moerkuilen & Dommelbeemden
Het natuurgebied de Moerkuilen is ontstaan door veenwinning. De diepe, visrijke plassen trekken veel watervogels aan. De route volgt het Everse Akkerpad, dat door een oud akkerbouwgebied loopt, waar in de jaren ’70 (van de vorige eeuw) sporen van prehistorische bewoning zijn gevonden. Het landschap wisselt af tussen waterpartijen en bossen.
Hazenputten
Tijdens de lunch zie ik een vader met zijn zoontje langzaam een heuvel op fietsen. Het jongetje kan nauwelijks op zijn fiets blijven zitten en raakt met zijn voeten de grond niet. Zijn vader helpt hem geduldig omhoog.
Vroeger bestond het gebied van de Hazenputten voornamelijk uit zandverstuivingen en heide. Boeren aan de randen hadden veel last van stuifzand, waardoor hun akkers werden bedreigd. Om dit tegen te gaan, besloot men de stuifzanden te bebossen. In die tijd werden vooral naaldbomen geplant.
Iets verderop ligt een drassig stuk waar takken zijn neergelegd als een soort brug. Een stel probeert over te steken. Hij is al bijna aan de overkant, maar zij heeft moeite en vraagt om zijn hand. Hij weigert, mompelt iets over “niet stevig staan” en loopt door. Zij moppert: “Wie heeft deze route uitgekozen?” Ik groet hen vriendelijk, maar krijg nog een valse blik toegeworpen. Gelukkig geniet ik volop van deze mooie dag.
Verderop steek je via enkele asfaltwegen door naar de oevers van de Dommel, waar je een prachtig uitzicht hebt op de rivier. Het heldere winterweer zorgt voor mooie weerspiegelingen op het water.
Tussen bos en ven
In de overgang van bos naar vennen komen veel verschillende planten en dieren voor. Door op sommige plekken bomen te verwijderen, ontstaat een gevarieerdere bosrand met struiken, die als natuurlijke overgang dienen. Schotse hooglanders helpen dit proces door hun graasgedrag. Aan de randen van de vennen worden berken en grove dennen verwijderd, zodat er meer zonlicht op de bodem komt en veenmos kan groeien. Hierdoor profiteren planten als veenpluis en lavendelheide, evenals vele insecten.
Boerder-ei-tje
Langs de weg worden verschillende streekproducten verkocht. Eén bord met de woordgrap: Boerder-ei-tje tovert een glimlach op mijn gezicht.
US Military Cemetery Son
Verderop kom ik langs een voormalige begraafplaats. De US Military Cemetery Son werd op 19 september 1944 aangelegd tijdens Operatie Market Garden, bij boerderij “Waterhoef” in Wolfswinkel. Hier lagen 411 Amerikanen, 48 Britten, 1 Canadees en enkele honderden Duitsers begraven. De lokale bevolking adopteerde de graven en legde bloemen. Na herdenkingen tot 1948 werd de begraafplaats op 30 mei 1949 opgeheven. De meeste doden werden herbegraven in de VS of op de militaire begraafplaats in Margraten. De grond kreeg daarna weer een agrarische bestemming.
Thermen & Dommel
Langs de route ligt een wellnesscentrum. Bij de rivieroevers van de Dommel zie ik dat het water deels bevroren is.
Hertenkamp Son
In Son en Breugel passeer ik het Hertenkamp, een kleine kinderboerderij.
Sint-Genovevakerk
De Sint-Genovevakerk in Breugel, een gotische kerk uit de 15e eeuw, is een rijksmonument. Van 1648 tot 1799 was ze protestants, daarna raakte ze in verval. In 1800 waaide de torenspits eraf; een lagere werd in 1821 geplaatst. Het dwarspand, gesloopt in 1822, werd in 1960 herbouwd tijdens een restauratie. In 1893 kwamen er glas-in-loodramen bij en in 1978 volgde een verbouwing.
Het Wilhelminakanaal
Het laatste deel van de route loopt langs het Wilhelminakanaal en eindigt bij de Hefbrug van Son. Dit kanaal werd op 23 april 1923 zonder veel ceremonie geopend voor scheepvaart. Hoewel de hefbrug het dorp regelmatig tot stilstand bracht, betekende het kanaal ook vooruitgang voor Son.
Conclusie
Deze etappe van het Brabants Vennenpad biedt een afwisselende wandeling door historische dorpen, prachtige natuurgebieden en langs culturele bezienswaardigheden. Van de Sint-Martinuskerk en de Knoptoren tot de Hazenputten en de oevers van de Dommel, de route zit vol verrassingen. Met een mix van geschiedenis, natuur en ontmoetingen onderweg is het een boeiende tocht die de diversiteit van het Brabantse landschap mooi in beeld brengt.
De Maas is al eeuwenlang een levensader voor Nederland. Maar met een veranderend klimaat en steeds extremere weersomstandigheden is het belangrijk om de veiligheid en leefbaarheid langs de rivier goed te houden. Daarom is er het project Meanderende Maas: een plan om de dijk van Ravenstein tot Lith te versterken en tegelijkertijd de Maas meer ruimte te geven. Dit project is een samenwerking tussen verschillende organisaties en wordt uitgevoerd. Het doel? Een veiliger, mooier en economisch sterker gebied, waarin mens, natuur en rivier in goed kunnen samenkomen. In 2030 moet het project klaar zijn.
Langs de route
Ik ben er laatst langsgefietst en het is nu al mooi om te zien hoe het gebied verandert. De dijken worden aangepakt en je merkt dat er meer ruimte komt voor natuur. Ik heb onderweg wat foto’s gemaakt en het is indrukwekkend om te zien hoe de rivier zich hier straks nog beter kan bewegen. Zeker een aanrader om eens langs te gaan als je van een mooie fietstocht houdt! Al worden wel binnenkort een aantal wegen tijdelijk afgesloten
Conclusie
De Meanderende Maas is volop in beweging en de veranderingen zijn nu al zichtbaar. Door dijkversterkingen en ruimtelijke aanpassingen ontstaat een veilig en aantrekkelijk gebied waarin water, natuur en recreatie samenkomen.